De gronden bij de beek zijn soms wat lemig en bij wat hogere grondwaterstanden in het voorjaar lastig te bewerken en alleen geschikt voor gras. Bij een goede ontwatering worden het veel betere gronden die in de zomer nog een hele tijd vocht aan de planten kunnen leveren. De els is de kenmerkende boom van het beekdal.

Landschap

Verspreid over het gehele zandgebied van Noord-, Oost- en Zuid-Nederland liggen langs beken en middelgrote rivieren de beekeerdgronden. Ze zijn ontstaan door ontginning van elzenbroekbos. Deze ontginning vond in de Middeleeuwen plaats. Het bos werd omgevormd tot extensief hooiland. Dit stond in de winter onder water en werd in de zomer een keer gemaaid. In het begin van de 20e eeuw zijn de gronden ontwaterd en was een intensiever graslandgebruik mogelijk, maar bij een goede ontwatering werd ook akkerbouw en tuinbouw mogelijk. Ondanks de grote veranderingen is de els de meest voorkomende boom langs de percelen. Verder is typisch voor dit gebied dat de berk ontbreekt. Deze is wel aanwezig in het gebied van de aangrenzende podzolgronden.

Regionale verdeling

Zandgronden met een beekeerdprofiel worden verspreid over het gehele dekzandgebied van Noord-, Oost- en Zuid-Nederland aangetroffen. Soms bestrijken ze grotere aaneengesloten oppervlakten.

Bodemprofiel

De beekeerdgrond kent twee lagen: een donkere bovengrond met een scherpe overgang naar een ondergrond die arm is aan organische stof. De bovengrond kan bruin of zwart zijn. De zwarte heeft minder gunstige eigenschappen dan de bruine: hij heeft meer smerende eigenschappen bij bewerking onder nattere omstandigheden. De zwarte beekeerdgronden komen het meest voor. In lager gelegen gebieden gaan deze gronden vaak over in veengronden.

De bovengrond kan door afplaggen dun worden en door bemesten met plaggenmest juist ook dikker. Beide situaties komen hier en daar voor.

De ondergrond heeft roestvlekken, vooral rond voormalige wortelgangen. Vooral de bruine beekeerdgronden zijn bij een goede ontwatering voor veel teelten te gebruiken. Gunstig is vaak de vochtlevering vanuit de ondergrond in de zomer.

Beekeerdgronden komen voor in fijn lemig dekzand, in jonger, wat grover dekzand en in beekafzettingen met lemige lagen. Wortelgangen zijn meestal in de ondergrond aanwezig. Deze zijn voor de vochtvoorziening van groot belang. Echter bij het oudere dekzand is de laag onder de donkere bovengrond soms dicht en zijn er geen of weinig wortelgangen. Ook roestvlekken zijn dan vaak afwezig. Leemlagen kunnen de drainage bemoeilijken. Een goede ontwatering is dan van belang.

Landbouwkundige maatregelen

Gewassen
Beekeerdgronden vereisen geen specifieke gewassen. Door de lage ligging en slechte drainage vindt bewerking en inzaai vaak later plaats. Het zijn late gronden.

Groenbemesters
Onderploegen van makkelijk verteerbare resten van groenbemesters is niet raadzaam vanwege de kans op anaërobie in de grond.

Mest en compost

Gebruik van verse mest is minder gunstig omdat daarmee luchtgebrek kan optreden. Een rulle gecomposteerde vaste mest is hier beter op zijn plaats. Groencompost en GFT zijn hier vaak niet nodig, omdat het organischestofgehalte voldoende hoog is.

Bodembewerking

De laag onder de bouwvoor bevat weinig organische stof en kan door gebruik van machines verdichten. Losmaken is vaak niet wenselijk omdat de van nature aanwezige poriën verstoord worden en het effect uiteindelijk negatief is. Soms kan woelen van de ondergrond echter noodzakelijk zijn: namelijk als de poriën niet aanwezig zijn, de ondergrond door machines extreem is verdicht en regenwormen niet voldoende actief zijn.
Sleufdrainage waarbij de sleuf wordt gevuld met grof drainagezand kan de kwaliteit van deze bodems sterk verbeteren.