Enkeerdgronden zijn de de oude akkers waar lang landbouw op is bederven en die hebben een dikke organische stofhoudende bovenlaag. Met wat leem en veel bodemleven kunnen het zeer mooie gronden zijn. Bij arm zand en slecht beheer zijn ze vaak weinig beter dan arme podzolgronden.

Landschap

Enkeerdgronden (esgronden) zijn door jarenlang gebruik van zandhoudende plaggenmest tenminste 50 cm opgehoogd. Sommige zelfs tot ca 1 meter. Hierdoor liggen ze als een verhoging in het landschap. Vaak zijn ze aangelegd op de al aanwezige hogere ruggen, zodat de ophoging het oorspronkelijke reliëf versterkt.


Enkeerdgronden liggen altijd in de buurt van boerderijen. Vaak zijn het grotere open gebieden van aaneengesloten akkers. Soms zijn ze kleiner, de zogenaamde 'eenmansessen'. Ook liggen ze wel als een ring rond stuwwallen.
Goed ontwikkelde eiken overheersen in het gebied van de enkeerdgronden langs wegen en op de brink. Linde, beuk en fruitbomen worden ook veel aangetroffen.

Regionale verdeling

Enkeerdgronden worden in het gehele zandgebied van Noord-, Oost- en Zuid-Nederland aangetroffen. Als namen komen voor: es, eng, enk en veld.

Bodemprofiel

De enkeerdgronden zijn ontstaan door ophoging met plaggenmest. Dit wil nog niet zeggen dat ze nu een goede bodemvruchtbaarheid hebben. Binnen de enkeerdgronden komen de meest uiteenlopende typen voor.

Het merendeel van de enkeerdgronden is opgebouwd met plaggenmest die strooisel van de heide bevatte. De zwarte organische stof, voortkomend uit dit strooisel, heeft minder gunstige, wat smerende, eigenschappen. Vooral wanneer het organischestofgehalte laag is, hebben de enkeerdgronden de neiging tot verdichting onderin. Ook kan het vochthoudend vermogen beperkt zijn, vooral bij een geringe bewortelingsdiepte.

Werd het strooisel uit een beekdal gehaald, dan zijn de daaruit ontstane enkeerdgronden vaak bruin van kleur. Ze bevatten dan ook vaak wat leem en kunnen bij een voldoende activiteit van regenwormen zeer goede landbouwgronden zijn met een goede bewortelingsdiepte en een ruim vochthoudend vermogen. Bruine enkeerdgronden kunnen ook ontstaan zijn door gebruik van bosstrooisel. Ook deze hebben gunstige eigenschappen, maar zijn in het algemeen niet lemig.

Beheer van de bodem

Gewassen
Omdat de organischestofgehalten van enkeerdgronden vaak laag zijn, zijn gewassen die organische stof opbouwen (grassen en granen) van groot belang.

Groenbemesters
Klavers en andere stikstofrijke groenbemesters onderhouden de bodemstructuur. Daarnaast zijn ook groenbemesters die organische stof opbouwen van belang.

Mest en compost
Composteren van mest is hier niet wenselijk, tenzij de bodemstructuur erg slecht is. Humusopbouwende compost is wenselijk op deze gronden.

Bodembewerking
Vaak zijn deze gronden voldoende los in de ondergrond. De enkeerdgronden hebben binnen de zandgronden de meeste pendelende wormen. De wormgangen maken een diepe doorworteling mogelijk en verhogen de beschikbaarheid aan vocht. Voer een mechanische bewerking om de ondergrond los te maken alleen uit na een profielbeoordeling. Diep losmaken kan de wormgangen verstoren.