In het kort de bodems en landschappen van de wereld en de wijze waarop de bodems in de landbouw verzorgd moeten worden. 

In dit hoofdstuk worden zeven bodemtypen behandeld, die in de wereld het meest voorkomen of landbouwkundig gezien het meest relevant zijn. In dit overzicht staan ze op volgorde van jong naar oud:

•  Acrisol

(zie 3.1): sterk verweerde tropische bodems met ingespoelde klei, lage pH-waarden en slechte chemische eigenschappen;

•  Arenosol

(zie 3.2): zandige bodems met weinig profielontwikkeling;

•  Fluvisol

(zie 3.3): jonge bodems, afgezet door zee of rivier of in een meer, met weinig profielontwikkeling en een gelaagde opbouw;

•  Cambisol

(zie 3.4): redelijke profielontwikkeling en een wat dikkere laag die organische stof bevat;

•  Chernozem

(zie 3.5): donkere bodems, rijk aan organische stof, die vaak in lössafzettingen voorkomen in een continentaal klimaat;

•  Podzol

(zie 3.6): bodems met een laag waar humus is ingespoeld onder een askleurige uitspoelingslaag;

•  Histosol

(zie 3.7): veenbodems, waar bij de bodemvorming opbouw van veel organisch materiaal heeft plaatsgevonden.

 

3.1. Acrisol (jong)

Het belangrijkste bodemtype van de vochtige tropen en subtropen is de Acrisol. Het komt voor in gebieden met een glooiend tot heuvelachtig reliëf. Acrisols zijn gevormd op zuur gesteente. Er is een miljard hectare Acrisol op de wereld. Hiervan is de helft (500 miljoen hectare) geschikt voor teelt op akkers.

In de wat vlakkere gebieden komen Acrisols veel voor naast de vergelijkbare Ferralsols, die zijn gevormd op basisch gesteente. Er is 700 miljoen hectare Ferralsol op de wereld, waarvan 300 miljoen hectare geschikt is voor teelt op akkers. De eveneens vergelijkbare Lixisols zijn erosiegevoelige gronden met kleiuitspoeling. Hiervan is 435 miljoen hectare op de wereld, waarvan 150 miljoen hectare geschikt is voor teelt op akkers.

Vorming

Acrisolen zijn gevormd uit zure gesteenten, zoals graniet. Onder bos en zijn ze onder natte omstandigheden sterk verweerd. Een deel van de Acrisols ligt in droge gebieden en stam nog uit een vochtiger periode lang geleden.

Eigenschappen

Het bodemprofiel van een Acrisol is homogeen van opbouw, dus er zijn geen duidelijke lagen. Het belangrijkste kleimineraal in deze grond is kaoliniet. In vergelijking met andere kleimineralen, kan kaoliniet minder vocht en voedingsstoffen vasthouden. Aluminiumtoxiciteit komt veel voor op deze gronden. De vastlegging van fosfaat is een ander probleem.
Het belangrijkste kleimineraal in Acrisolen is kaoliniet. Dit heeft een aanzienlijk minder vochthoudend en voedingsstoffenvasthoudend vermogen dan andere kleimineralen.
Het bodemprofiel is homogeen van opbouw, er zijn geen duidelijke lagen. Aluminiumtoxiciteit komt veel voor op deze gronden. Verder is fosfaatvastlegging een probleem.

 Landschap van een rode Acrisol in noordoost Thailand.

Bodemprofiel van een rode acrisol in noordoost Thailand

3.2. Arenosol (jong)

Arenosols zijn zandgronden die voorkomen in zeer koude tot zeer warme gebieden, zowel onder droge als natte omstandigheden. De bodems kunnen ontwikkeld zijn in recent afgezette zanden, in oudere verweerde zanden of in oud kwartsrijk materiaal. Ook de zandgronden van woestijnen en kusten behoren tot de Arenosols.

Vorming

In droge en semi-droge gebieden is het zand vaak gebleekt: het organische koolstofgehalte is er erg laag (in het algemeen lager dan 0,4 procent). Een platige structuur en verslempte bovengrond komen voor.

Eigenschappen

Een gebleekte bovenlaag heeft ongunstige eigenschappen voor landbouwkundig gebruik. Na neerslag kan de ondergrond hier droog blijven. Kieming van zaden wordt dan bemoeilijkt. Ook een platige structuur en verslemping belemmeren een goede kieming. In droge gebieden zijn grote gebieden daarom onbegroeid. Deze gronden zijn zeer gevoelig voor erosie.

Landbouwkundig gebruik

In droge gebieden is extensieve veehouderij de belangrijkste vorm van landbouw. Bij irrigatie worden de gebruiksmogelijkheden ruimer. In gematigde gebieden is akker- en weidebouw mogelijk, vooral wanneer aanvullende irrigatie in droge perioden mogelijk is. Arenols in de vochtige tropen zijn zeer arm aan mineralen en zeer gevoelig voor erosie.

 
Landschap in Brazilie op een Arenosol, location: Paraiba State, Mamanguape, 4km Z van Camaratuba River. Foto: ISRIC World Soil Information.
De Kalahari woestijn in Namibie. Foto LUH.
Bodemprofiel in de Kalahari woestijn. Foto LUH.  


3.3. Fluvisol (jong)

Fluvisols komen over de hele wereld voor in periodiek overstroomde gebieden van alluviale vlaktes, rivierwaaiers, valleien en kwelders.

Vorming

Fluvisol verwijst naar het Latijnse woord voor rivier, maar Fluvisol sedimenten kunnen naast rivieren ook door meren en zeeën zijn afgezet. Fluvisols die gevormd zijn door rivieren, kunnen sterk in zwaarte variëren. Ze zijn gelaagd door verschillen in zwaarte en organische stofgehalte.

Eigenschappen

Fluvisols zijn jonge gronden met een geringe mate van bodemvorming. In het midden en lagere deel van rivieren afgezet zijn ze vaak grofzandig, in bassins afgezet veel zwaarder. Door stagnerend water of door overstromingen kunnen ze nat zijn. Hoger gelegen rivierterrassen zijn beter gedraineerd dan lagere delen. De meeste Fluvisols hebben roestvlekken door wisselingen in grondwaterstanden waarbij oxidatie en reductie elkaar afwisselen.

Landbouwkundig gebruik

Gebieden met Fluvisols zijn op grote schaal in gebruik voor de landbouw. De helft van de wereldbevolking leeft langs rivieren en kusten. Eenjarige gewassen, fruit en grasland komen voor. Bescherming tegen overstromen en drainage is gewoonlijk nodig. Sommige Fluvisols zijn extreem zuur en hebben hoge concentraties van toxisch aluminium. Vaak zijn ze evenwel kalkrijk en belemmert een sterke mineralisatie van organisch materiaal een goede humusopbouw. Koolstofrijke gewasresten van granen en grassen en koolstofrijke compost zijn essentieel voor een duurzame bodemvruchtbaarheid op deze basische gronden.


Landschap fluvisol in West Canada. Foto Agpal

Bodemprofiel fluvisol in West Canada. Foto Agpal  

3.4. Cambisol (midden)

Cambisols zijn bruine gronden met beperkte bodemvorming. In Europa liggen ze voornamelijk tussen de bodems van de subtropen en die van de meer noordelijk gelegen Podzolgronden. Gemengd bos is de meest voorkomende natuurlijke vegetatie. In noordelijk gelegen gebieden komen Cambisols veel voor in rivierafzettingen en windafzettingen. In tropen en subtropen komen ze voor op hellingen maar ook in rivierafzettingen. De grootste aaneengesloten oppervlakte Cambisols ligt in de afzettingen van het Ganges-Brahmaputra rivierengebied. In totaal zijn er ongeveer 1,2 miljoen hectare Cambisols, waarvan ca 500 miljoen hectare geschikt zijn voor teelt op akkers.

Vorming

Bij Cambisols heeft nog geen langdurige bodemvorming plaatsgevonden. Het moedermateriaal is matig tot licht verweerd. De organische stof is homogeen verdeeld over een redelijk dikke laag.

Eigenschappen

Omdat storende lagen meestal ontbreken en een wat dikkere organische-stof-houdende laag aanwezig is, zijn ze voor de landbouw redelijk tot goed te gebruiken. De meeste hebben een goede structuurstabiliteit, een goed watervasthoudend vermogen en goede mogelijkheden voor waterafvoer.

Landbouwkundig gebruik

Het landbouwkundig gebruik is sterk afhankelijk van het klimaat. De Cambisols van de gematigde zone kunnen zeer productief zijn. Bij steile hellingen komen graasweiden en houtteelt vaak voor. In droge gebieden worden ze na irrigatie veel gebruikt voor akkerbouw en oliehoudende gewassen. In tropische gebieden zijn Cambisols (een midden bodem) wat rijker dan de Acrisols en Ferralsols (jonge bodems).



Landschap cambisol in Maryland USA

Cambisol in Maryland USA.      

3.5. Chernozem (midden)

Chernozems zijn vruchtbare gronden die voornamelijk in lössgebieden gevormd zijn. Löss is een mengsel van fijne klei- en zanddeeltjes die door wind zijn aangevoerd. Het klimaat kenmerkt zich door koude winters en warme droge zomers. De grondwaterstanden zijn diep. De oppervlakte Chernozems en verwante gronden bedraagt 415 miljoen hectare, waarvan 200 miljoen hectare geschikt is voor teelt op akkers. Een strook ten zuiden van de Chernozems heeft een wat minder dikke en meer bruine bovengrond. Ze heten Kastanozems. Hiervan is 470 miljoen hectare, waarvan 100 miljoen hectare geschikt is voor akkerland.

Vorming

De oorspronkelijke vegetatie van de gebieden met Chernozems bestaat voor een belangrijk deel uit grassen. Deze wortelen diep en na lange tijd ontstaat er een dikke donkere bovengrond die tot anderhalve meter dik kan zijn.

Eigenschappen

De gronden zijn diep doorwortelbaar en humushoudend en kunnen in principe veel vocht vasthouden. Het organische stofgehalte is meestal boven de 5 procent en de zuurgraad (pH) is neutraal. De negatief geladen klei- en humusdeeltjes kunnen positief geladen mineralen binden. Dit zogenaamde ‘adsorptiecomplex’ is bij de Chernozems voor 95 procent bezet door calcium en magnesium. Het bodemleven heeft voor een sterke homogenisatie van het profiel gezorgd. Omdat in het gebied van Chernozems de zomers vaak droog zijn, is droogte toch een belangrijk probleem. De Kastanozems hebben een wat lager organische stofgehalte dan de Chernozems, meestal 2 tot 4 procent.

Landbouwkundig gebruik

De hoge natuurlijke bodemvruchtbaarheid en de vlakke ligging geeft veel landbouwkundige mogelijkheden, vooral grootschalige akkerbouw. In droge gebieden wordt vaak irrigatie toegepast. De teelt van granen, vooral tarwe en gerst, domineert. In het warmere zuidelijke deel wordt ook veel maïs geteeld. Bodemdegradatie kan optreden bij eenzijdige teelt. Teelt van korrelmaïs, waarbij de oogstresten voor energiewinning worden gebruikt, is funest voor de bodem op wat langere termijn. Dit gebruik neemt in de VS nu sterk toe.


Landschap op chernozen Rusland

Chernozem bij Heréd in Hongarije

Kastanozem Zuid Rusland 

3.6. Podzol (oud)

Podzolvorming is gebonden aan regenrijke gebieden in zone rondom de Noordpool, maar komt op extreem arme gronden ook voor in de tropen. Het zijn hoofdzakelijk naaldbomen die de vegetatie vormen. De bodemsoort is voornamelijk zand. Bij de Podzolen in de tropen wordt de vegetatie gevormd door boomsoorten met een ondiep wortelstelsel. In totaal zijn er in de noordelijke streken 485 miljoen hectare Podzol-gronden en in de tropen ongeveer 10 miljoen hectare.

Vorming

De Podzolgronden die we in een kring rond de Noordpool vinden, waren aanvankelijk meestal gronden op een wat rijker materiaal. Door uitspoeling van mineralen zijn ze arm en zuur geworden. De vegetatie paste zich hierbij aan en er ontstond een zure humus die uitspoelde en in een wat diepere laag weer inspoelde. Bovenop de grond ligt in een natuurlijke situatie een strooisel-laag. Hieronder bevindt zich een lichtgekleurde uitspoelingshorizon (laag) die askleurig is. Daaronder een laag die zwart of bruin is door inspoeling van humus. Verder is er inspoeling van ijzer- en aluminiumoxiden.

Eigenschappen

Podzolen zijn arm door uitspoeling van mineralen en hebben een sterk verdichte inspoelingslaag. Aluminium toxiciteit kan voorkomen.

Landbouwkundig gebruik

Podzolgronden hebben beperkte mogelijkheden voor agrarisch gebruik. Ze hebben wel gebruiksmogelijkheden voor bosbouw en extensieve veehouderij.
De gebruiksmogelijkheden worden ruimer door ontwatering, bodembewerking tot ca 40 cm of meer, bekalken en aanvoer van meststoffen. Er zijn relatief veel meststoffen nodig en het gevaar van milieuschade door uitspoeling van nitraat en fosfaat is groot. Mechanisch losmaken van de ondergrond en teelt van bodemverzorgende gewassen is van belang. Granen, gras/klaver en dierlijke mest kunnen de eenzijdige oorspronkelijke humus compenseren.


Berkenbos op podzol in Canada

Podzolprofiel onder berkenbos in Canada  


3.7. Histosol (oud)

Histosols zijn veengronden die vooral voorkomen in koude streken rond de Noordpool, maar ook in gematigde streken en in de tropen. In koude gebieden is het vooral veenmosveen. In gematigde streken vooral riet-zeggeveen en in de vochtige tropen mangrove- en moerasbosveen. De meeste veengronden liggen in het laagland, maar ook in bergachtige gebieden worden ze aangetroffen.

Vorming

Een veengrond ontstaat doordat plantenresten traag worden afgebroken. De oorzaak kan zijn:
-lage temperatuur
-waterverzadiging van de grond
-extreem zure omstandigheden
-extreem mineraalarme omstandigheden
-hoog zoutgehalte
-toxische organische stof

Eigenschappen

De plantenresten die het veen vormden komen in de bovengrond vaak in contact met zuurstof. Ze worden door het bodemleven omgezet in een wat genoemd wordt veraarde grond, waarin plantenresten niet meer als zodanig te herkennen zijn. Deze laag is potentieel goed doorwortelbaar voor landbouwgewassen. Omgezet organisch materiaal kan ook uitspoelen en op wisselende diepte een inspoelingslaag vormen.

Landbouwkundig gebruik

Vanwege de slechte ontwatering zijn veengronden vaak moeilijk in cultuur te brengen. Wanneer in cultuur brengen wel lukt, kunnen ze zeer productief zijn. Veehouderij is een belangrijke gebruiksmogelijkheid. Fruitteelt is soms ook mogelijk. Uitdrogen en vervolgens verstuiven van het materiaal kan een probleem zijn. Verdichting en verdwijnen van het materiaal door mineralisatie kunnen ook een probleem zijn.
De mogelijkheden om tot een bruikbare landbouwgrond te komen liggen vooral in de gematigde zone. Interessant is dat organische stof meestal als essentieel voor een vruchtbare bodem wordt gezien. Bij veengronden is organische stof in overmaat aanwezig en vaak een probleem. Enerzijds vanwege de bewerkbaarheid, anderzijds vanwege de eigenschappen van de organische stof. Veengronden laten duidelijk zien hoe belangrijk de kwaliteit van de organische stof is voor een vruchtbare bodem. Aanvoer van organische stof met een hoger percentage aan verteerbaar stikstofrijk organisch materiaal is van groot belang om een veengrond, zowel in akkerbouw als grasland, productief te laten zijn.
In de tropen wordt veel veen door branden ontgonnen. Na enkele jaren is de vruchtbaarheid verdwenen en wordt het land weer verlaten. De laatste decennia wordt veel veen gebruikt voor teelt van de oliepalm en verder ook voor de winning van houtpulp van acacia- en eucalyptussoorten. Tegen deze teelten zijn bezwaren in te brengen maar ze zijn minder desastreus voor het veen dan akkerbouw en gras met een goede ontwatering.


Landschap op een histosol in Noord-Europa

Histosol in Noord Europa