Het landschap van veengronden is te herkenen aan het ontbreken van paaltjes rond de weilanden. Het worden grote open vlaktes. Voor landbouw moeten de gronden ontwaterd worden. Er komt dan lucht in de grond en het veen verteert en verdwijnt. Op lange termijn een groot probleem. 

Landschap

In Nederland zijn alleen laagveengronden in cultuur. In het buitenland worden ook hoogveengronden wel voor in cultuur gebracht. Grasland is het hoofdgebruik op de laagveengronden. Het landschap is open en vlak. De openheid wordt versterkt doordat sloten ook fungeren als perceelsscheidingen.

Regionale verdeling

Veengronden komen vooral voor in het westelijk deel van Zuid-Holland, het zuidelijk deel van Noord-Holland, in Friesland en in Noordwest-Overijssel. Op enkele Zeeuwse eilanden (o.a. Walcheren) zijn geïsoleerde stukken met veen aanwezig. In het zandgebied van Noord-Nederland zijn beekdalen soms met veen opgevuld.

Bodemprofiel

Vrijwel alle veegrond die in cultuur is gebracht, is laaggelegen laagveen. Echter een deel is wel als hoogveen ontstaan, onder invloed van regenwater in de vorm van veenmosveen, en is daardoor zeer arm. In de buurt van rivieren werd klei aangevoerd en kon een rijkere vegetatie met zeggen of broekbos ontstaan. De rijkdom van het laagveen verschilt daarom nogal sterk en dit maakt ook dat er grote verschillen zijn in de hoeveelheid stikstof die vrijkomt bij vertering van het veen. De aanwezigheid van zeggen of houtresten laat zien of we met een wat rijker veen te maken hebben.

Belangrijke kenmerken van veen zijn de mate van rijping en veraarding. Ongerijpt veen is nog nooit uitgedroogd en is, in de hand genomen, makkelijk door de vingers te knijpen. Deze laag is voor wortels niet toegankelijk. Veraard veen wil zeggen dat de plantenresten waaruit het veen is opgebouwd niet meer te herkennen zijn, omdat deze door het bodemleven zijn verteerd. Potgrond is een voorbeeld van veraard veen. Tenslotte is de kleur nog van belang. Bruin veen is nooit in contact met de lucht geweest. Zwart veen is dit wel en is zwart geworden door oxidatie. Doordat de wijze van afzetting van veen zeer divers is, zijn kleur, rijping en veraarding niet altijd aan elkaar gekoppeld en komen veel verschillende combinaties voor.

Op de grens van veen en klei komt in Zuid-Holland, Noord-Holland, Friesland en Groningen een strook klei-op-veengronden voor. Wanneer van de bovenste 80 cm tenminste 40 cm veen is, wordt een grond veengrond genoemd. Wanneer het kleidek 30 tot 40 cm dik is, wordt die beschouwd als een veengrond. Deze gronden zijn nog wel te ploegen maar behoren landbouwkundig gezien eigenlijk meer bij de kleigronden.

Wanneer wortels van de landbouwgewassen bij een goede ontwatering en een goede bodemstructuur dieper het veen in kunnen groeien, kan er veel stikstof uit het veen beschikbaar zijn voor de gewassen.

Landbouwkundige maatregelen

Gewassen
In de zomer kan op een deel van de gronden maïs verbouwd worden. Dit kan de bodemstructuur verbeteren. De onkruiddruk kan wel toenemen bij een periodieke teelt van maïs als onderbreking van het grasland, vooral bij biologische teelt. Doordat het ploegen een snellere vertering van het veen betekent, is maïsteelt niet altijd wenselijk.

Groenbemesters
Klavers kunnen zich redelijk ontwikkelen, als de grond niet te zuur is. De pH-KCL moet  niet teveel onder de 4,8 liggen.

Mest en compost
Gebruik van gecomposteerde vaste mest is wenselijk op deze gronden.

Bodembewerking
Ploegen voor herinzaai of teelt van maïs (zie boven) is de enige bodembewerking die mogelijk is. Soms is dit zinvol.