1. Inleiding en leeswijzer

Ieder gewas stelt weer andere eisen aan de bodem. Mest en compost kunnen van belang zijn om de goede boem te bereiken. In de ene situatie staan mest of compost hierbij centraal, in de andere zijn het gerwassen en groenbemesters die centraal staan en is mest of compost een van de hulpmiddelen. Verder is de soort bodem belangrijk. In het volgende worden gezichtspunten en informatie aangereikt die van belang kunnen zijn om in iedere situatie de juiste koers te vinden. Bij deze koers is het van belang dat er voor het bodemleven steeds energie beschikbaar om de levensprocessen van de bodemorganismen te onderhouden en daarnaast moeten er voor bodemleven en gewas steeds voedingsstoffen beschikbaar zijn. Als invalshoek wordt de plant genomen bij de behandeling van de onderwerpen over mest en compost. En passant komen op die manier andere belangrijke onderwerpen ook aan bod. ‘De plant centraal’ wil bijvoorbeeld zeggen dat de plant minder last heeft van plantenziekten. Daarmee wordt tevens het doel bereikt om het gebruik van bestrijdingsmiddelen te beperken. Niet alle thema's die op dit moment van belang zijn in de landbouw worden met dit uitgangspunt evenwel voldoende verzorgd. Ook beperking van uitspoeling naar grond- en oppervlaktewater moet spelt een rol. Verder moet re geen te sterke ophoping van zware metalen zijn. Bij gebruik van mest en compost hebben we te maken met levensprocessen. Inzicht in deze levensprocessen is vaak beter en efficiënter dan het verzamelen van de beschikbare, vaak beperkte, onderzoeksresultaten. Inzicht en kennis kunnen allebei helpen om mest en compost op de juiste wijze toe te passen.

Waar kunt u wat vinden?

Hoofdstuk 2 geeft inzage in de toepassing van mest of compost. Hier worden algemene principes besproken en in hoofdstuk 6 leest u meer in detail en per sector over dit onderwerp.

Hoofdstuk 3 behandelt de eigenschappen van mest en compostsoorten

Op het composteren in al zijn aspecten wordt ingegaan in hoofdstuk 4.

Een specifieke mest of compost beoordelen kan met behulp van hoofdstuk 5.

Bij het toepassen van mest en compost maken we een onderscheid tussen principes (hoofdstuk 6) en het uitrekenen van de precieze hoeveelheid die in een bepaalde situatie nodig is (hoofdstuk 7).

Staan de eerste zeven hoofdstukken geheel in het kader van een goede plantengroei, in hoofdstuk 8 worden onderwerpen besproken die niet direct met bodem en gewas te maken hebben: degeschiedenis van mest- en compostgebruik in de landbouw,energiewinning uit biomassa, de uitwisseling van mest en voer tussen landbouwbedrijven en het wettelijke kader waarbinnen mest en compost gebruikt kunnen worden.