Waar welke groenbemester gebruiken en hoeveel zaaizaad is er nodig?

Op verschillende manieren kunnen groenbemesters de bodemkwaliteit beïnvloeden:
-aanvoer van plantenresten als basis voor organischestofopbouw
-intensieve beworteling als basis voor een goede bodemstructuur
-aanvoer vers materiaal als voedsel voor het bodemleven
-penwortels die de ondergrond loshouden
-tegengaan verslemping
-tegengaan erosie

Wat betreft de invloed op de bodem kunnen er drie groepen groenbemesters worden onderscheiden:
1. met veel wortels. Granen en grassen hebben veel wortels, vlinderbloemigen vaak zeer weinig. Engels raaigras heeft een uitgebreid wortelstelsel en is op slemgevoelige grond aan te bevelen.
2. met veel loof, bijv. kruisbloemigen. Dragen weinig bij aan bodemstructuur en humusopbouw, maar kunnen op korte termijn wel het bodemleven stimuleren.
3. met een penwortel. Kruisbloemigen hebben een duidelijke penwortel, maar weinig overige wortels. De penwortel breekt de grond niet of nauwelijks los, maar maakt gebruik van bestaande(worm)gangen.

Wat betreft geschiktheid per bodemsoort zijn te onderscheiden:
1. alle grondsoorten: gele mosterd, bladrammenas, rogge en Italiaans raaigras.
2. zavel en klei: hopperupsklaver, alexandrijnse klaver en wikken.
3. zand: lupine, serradelle en tagetes

Teeltmogelijkheden per gewas:
Wintertarwe: italiaans raaigras zaaien van half maart tot begin mei, rietzwenkgras zaaien van december tot februari, engels raaigras zaaien van half februari tot half april en bij een gewas met zwaar loof zaaien begin februari tot eind maart, rode en witte klaver zaaien van begin maart tot half april, perzische klaver zaaien tot half april.
Wintergerst en bladarme tarwerassen: rietzwenkgras zaaien van december tot februari, engels raaigras zaaien van eind februari tot half april, rode klaver zaaien van begin maart tot half april, perzische klaver zaaien tot half april, italiaans raaigras zaaien van begin maart tot half mei.
Zomertarwe: engels raaigras, direct zaaien bij het zaaien van de tarwe, rode klaver zaaien van begin maart tot half april, perzische klaver zaaien van begin april tot begin mei, italiaans raaigras zaaien van begin april tot half mei
Zomergerst en haver: engels raaigras zaaien tegelijk met gerst of haver, grootbladige witte klaver zaaien van begin maart tot half april, perzische klaver zaaien van begin april tot begin mei, italiaans raaigras zaaien van half april tot half mei.
Vlas: engels raaigras, rietzwenkgras en witte cultuurklaver zaaien tegelijk met het vlas.
Erwten en velbonen: engels raaigras zaaien tegelijk met de erwten of bonen, rietzwenkgras zaaien tegelijk met de erwten of bonen, witte cultuurklaver zaaien tegelijk met de erwten of bonen, engels raaigras zaaien van begin tot half april.

Rode klaver of een gras/klaver mengsel kan in alle granen behalve haver worden gezaaid tussen het uitstoelen en het sluiten van het gewas.
De zaai na de oogst van granen in de stoppel moet zo vroeg mogelijk gebeuren en niet na half september; alleen rogge kan nog later worden gezaaid. Engels raaigras kan tot half augustus worden gezaaid, italiaans raaigras tot eind augustus, westerwolds raaigras tot begin september, rogge tot eind oktober, phacelia tot begin augustus, gele mosterd tot eind september, bladrammenas tot begin september en tagetes tot eind juli.

Mengsels
Naar de voordelen van het telen van mengsels is nog weinig onderzoek gedaan, maar daar liggen wel mogelijkheden. Het is bijvoorbeeld mogelijk om een snel kiemende onkruidonderdrukkende kruisbloemige te combineneren met een grasachtige die veel wortels vormt, maar slecht onkruid onderdrukt. Ook een combinatie van een wortelvormend graan en een stikstofbindende vlinderbloemige is een mogelijkheid.

In het teeltbericht van Naturim juli 2015 staat het volgende over groenbemesters:

Uit vergelijking tussen bedrijfssystemen met veel en weinig input van organische stof (Vredepeel) blijkt hoe belangrijk voldoende aanvoer van organische stof is. Op basis van de opbrengsten in de verschillende bedrijfssystemen berekende de WUR zelfs dat aanvoer van één kilo effectieve organische stof op termijn één euro extra oplevert. Ook hiervoor is een groenbemester belangrijk. Een flinke groenbemester levert al snel 2-3 ton droge stof (is 700-1000 kg effectieve organische stof!) Verlies zo min mogelijk tijd met inzaaien. Bestel zaaizaad op tijd. Bij (wortel)onkruidendruk is een stoppelperiode zinvol. Bedenk wel dat elke groeidag er één is. Veel groenbemestersoorten worden het beste nog in augustus ingezaaid.

Uit proeven is gebleken dat mengsels beter presteren op drogestofopbrengst. In een Duitse vergelijking scoorden verschillende mengsels tussen de 30 en 80% hoger in drogestofopbrengst ten opzichte van gele mosterd. Mengsels binden meer koolstof, benutten het water beter, hebben een hogere stressresistentie en verhogen de diversiteit van het bodemleven.

Enkele combinaties van groenbemesters mogelijk tot half september:

Bouwplan met kool

50 kg haver + 4 kg phacelia + 10 kg alexandrijnse klaver
Liever kruisbloemigen zo mogelijk weglaten

Bouwplan zonder erwten
75 kg haver + 50 kg wikke
Wikke is zeer verwant met erwt

Bouwplan met erwt
75 kg haver + 15 kg alexandrijnse klaver
Alternatief voor haver + wikke

Wintervaste groenbemester

75 kg haver + 15 kg inkarnaatklaver of 8 kg perzische klaver
Inkarnaat en perzisch zijn wintervast

Zo divers mogelijk, niet wintervast
Mengsel met bijvoorbeeld zonnebloem, phacelia, boekweit, borage, serradelle, vlas, alexandrijnse klaver, niger (gingelikruid), tillage radish en evt nog mengen met granen (granen zijn altijd winterhard). Bijvoorbeeld 50 kg haver en 20 kg groendivers Neutkens.
Bij vroege zaai (voor 1 september) geen borage en boekweit ivm zaadvorming

Breed mengsel
15 kg japanse haver + 2 kg niger (gingelikruid, 2 kg phacelia, 6 kg zonnebloem, 4 kg alexandrijnse klaver en 4 kg serradelle).

Mengsel met gele mosterd
8 kg gele mosterd, 4 kg phacelia, 10 kg alexandrijnse klaver

Groenbemester zonder vlinderbloemige
8 kg gele mosterd, 4 kg phacelia, 4 kg niger

50 kg haver kan vervangen worden door 50 kg zomergerst of 40 kg rogge. Kijk ook bij de granen naar diversiteit en vruchtopvolging en de keuze van granen in het bouwplan. Granen in een groenbemester zorgen voor verhoging van het koolstofgehalte. Een groot voordeel van granen is daarnaast ook dat er minder onkruid in de groenbemester groeit. Dit effect is zeker sterk bij haver, japanse haver, gerst en rogge. De zomergranen vriezen zelden of niet uit, tenzij ze al ver in ontwikkeling zijn.

In de biologische teelt  (2015):
-Moet biologisch zijn: Alexandrijnse klaver, bladrammenas, gele mosterd, japanse haver, haver, perzische klaver, zomerwikke
-Mag gangbaar zijn (ontheffing hoeft niet te worden aangevraagd): Phacelia, winterwikke, zonnebloem en vlas
-Eerst ontheffing aanvragen: Niger, tillage radish, boekweit, borage en inkarnaatklaver

Afzonderlijke soorten

Tillage Rettich

Tillage Rettich (TR) is een kruisbloemige die een zeer dikke penwortel vormt. Er wordt gezegd dat deze wortel verdichte bodemlagen los kan maken. Dat is maar beperkt het geval. Een sterk verdichte laag wordt niet doorbroken. Bij een verdichte laag met enige poriën kan de wortel wel in deze poriën groeien en vergroten. Het is een goede groenbemester op verdichte gronden met een hoge pH-waarde die door bijvoorbeeld woelen los gemaakt zijn. De dikke penwortel verhindert inzakken van de losgemaakte grond. Belangrijk is dat de penwortel de belangrijkste wortel is. De zijwortels zijn teer en dragen weinig bij aan bodemstructuur of humusopbouw.
TR is te vergelijken met lupine, maar lupine is voor zure grond en TR voor alkalische. TR maakt deel uit van het Solarigol mengsel van TerraLife. TR vriest in de winter dood.

Stikstofwerking in het jaar na onderwerken:

Bij een zwaar ontwikkelde niet-vlinderbloemige groenbemester trekt u 30 kg N van het bemestingsadvies af.

Bij een licht ontwikkelde niet-vlinderbloemige groenbemester: 15 kg N per ha. 
Bij een zwaar ontwikkelde vlinderbloemige groenbemester: 40 kg N per ha.

Aaltjes:
-Noordelijk wortelknobbelaaltje vermeerdert zich op alle breedbladige groenbemesters.
-Maïswortelknobbelaaltje vermeerdert zich op alle grassen. Bladrammenas, gele mosterd en phacelia hebben er geen invloed op.
-Het door Trichodorus verspreide tabaksratelvirus wordt alleen onderdrukt door bladrammenas. Tagetes kan een hogere besmetting geven.
-Pratylenchus penetrans vermeerdert zich op alle groenbemesters behalve tagetes. Tagetes onderdrukt het in sterke mate.
-Bladrijke groenbemesters zoals italiaans raaigras, gele mosterd en bladrammes moeten niet in te natte grond worden ondergewerkt. Er ontstaat bij de vertering luchtgebrek en dat geeft aanleiding tot blauwe plekken in de grond die voor de groei in het volgende jaar sterk remmend zijn.
-Groenbemesters op zandgrond, zoals rogge, kunnen in het voorjaar veel vocht onttrekken en moeten tijdig ondergewerkt worden.

Literatuur
Koopmans, C. en G.J. van der Burgt, 2001. Mineralenbenutting in de biologische landbouw. Louis Bolk Instituut, Driebergen.


De wortels van gele mosterd. Gele mosterd heeft een penwortel. Deze is slechts beperkt in staat om de grond los te maken. De overige wortels (foto) zijn heel teer en verzorgen de bodemstructuur nauwelijks. Teel gele mosterd niet voor bodemverbetering. Daar zijn granen en grassen voor.