Door een goede verhouding te kiezen tussen blijvend gras, grasklaver en mais kan een veehouderijbedrijf op zand 7000 euro verdienen.

 Door elke drie jaar 20% grasklaver op het melkveebedrijf te roteren met 20% snijmais, en 60% van het perceel te reserveren voor blijvend grasland met een lage frequentie van graslandvernieuwing verbetert de bodemkwaliteit aanzienlijk. Bij onderzoek van het Louis Bolk Instituut in 2016 werden het organische stofgehalte, de bodemchemie, de bodemstructuur, de beworteling, het bodemleven en de waterhuishouding beoordeelt. Zo loopt bijvoorbeeld het organische stofgehalte op dekzandgrond onder blijvend grasland op naar 6 tot 7% terwijl continue bouwland rond de 2% schommelt. Met een vruchtwisseling van 3 jaar grasklaver en 3 jaar mais kan dit organische stofgehalte oplopen naar 3,5 tot 4%. Vervolgens hebben de onderzoekers in twee scenario's doorberekend wat de effecten zijn als een gemiddeld melkveebedrijf uit de regio Achterhoek en Liemers overstapt op blijvend grasland en snijmais in rotatie met grasklaver. Hieruit blijkt dat dit geld oplevert (tussen de € 6.000 en ruim €7.400) én milieuwinst: minder aanvoer van soja en minder gebruik van kunstmest, waardoor de nitraatuitspoeling daalt, en de ammoniakuitstoot beperkt blijft. Bron: van Eekeren e.a. Veefocus december 2016.