Diep losmaken van gronden. Soms wel en soms niet.

Om op te letten:

- Diep losmaken en verder gewoon de grond blijven berijden op klei- en zavelgronden leidt tot sterkere verdichting.
- Losmaken onder droge omstandigheden met inzaai van een diepwortelend gewas en aangepaste bereiding van de grond kan zin hebben.
- Sommige zandgronden (podzolen) vragen om herhaald losmaken van de ondergrond.
- Diepe grondbewerking vraagt in iedere situatie om een zorgvuldig onderzoek naar de verdichte lagen en de te verwachte effecten van de bewerking.
- Ontwatering of beregening kan soms meer effect hebben dan een diepe grondbewerking.
- Op sommige plaat-, lichte zavel- en zandgronden kunnen van nature te grote dichtheden in de ondergrond voorkomen en is diepwoelen noodzakelijk
- Om over de grond te kunnen rijden, moet er draagkracht zijn. Pas bij een evenwicht tussen de druk op en de draagkracht van de grond zakt het wiel niet verder weg. Een vloer in de grond helpt dan om niet verder weg te zakken.
- Alle gronden laten zich verdichten. Die verdichting is niet altijd of niet overal even schadelijk. Op zwaardere zavel- en kleigronden (25% afslibbaar of meer) wordt door het zwel- en krimpvermogen van de grond en het daarbij optredende scheuren in de grond vaak een voldoende losmakend effect verkregen.
- Zand- leem- en lichte zavelgronden missen het natuurlijk herstellingsvermogen grotendeels. Wanneer daar de wormen niet zorgen voor het opheffen van de verdichting, dan zijn er andere maatregelen nodig. Met een diepe grondbewerking tillen we de grond op en leggen het weer losser neer. Hiervoor zijn verschillende werktuigen mogelijk. Per type werktuig is het proces van losmaken verschillend. De verhouding tussen kering, menging of uitsluitend optillen van de grond kan sterk variëren .
- Het diep losmaken van de grond moet worden beperkt tot vrij droge omstandigheden. Op de werkdiepte mag het vochtgehalte niet hoger zijn dan 20%. Bij een hoger vochtgehalte wordt de grond te veel versmeerd. Dit betekent dat de bewerking nooit in de late herfst, in de winter of in het vroege voorjaar kan worden uitgevoerd. Het betekent ook dat de ontwatering van de grond in orde moet zijn. Is de ontwatering onvoldoende en blijft de grond nat, dan heeft losmaken vaak geen nut.
- Een diepe grondbewerking mag niet dieper worden uitgevoerd dan tot en met de verdichte grond. Wordt dieper losgemaakt dan ontstaat gemakkelijk een nieuwe verdichting onder de losgemaakte grond.
- Wat betreft de woelpoten geldt dat een smalle tandsteel met een brede woelplaat gunstig is. Bij een smalle beitel worden alleen strepen getrokken.
-Aftakas-aangedreven werktuigen als mengwoelers of spitmachines werken veelal intensiever en vragen meer energie dan getrokken werktuigen. Getrokken werktuigen vragen meer trekkracht waardoor de kans op wielslip wordt vergroot, wat weer een sterk in het nadeel is voor de bodemstructuur.
- Omdat pas losgemaakte grond makkelijker weer verdicht (natuurlijke bezakking), is het ideaal om een bewerking te combineren met het telen van een diepwortelend gewas. Bij diepere grondbewerking neemt de gevoeligheid voor herverdichting toe. Dat kan er soms toe leiden dat de grond na verloop van tijd zelfs meer verdicht is dan voorheen. Dit is waarschijnlijk toe te schrijven aan het verstoren van natuurlijk ontstane grote poriën (door wortels en wormen). Controleer altijd het effect van de bewerking in de jaren erna en trek de conclusie.
- Bij proeven op veenkoloniale zandgronden bleek het woelen een positieve invloed te hebben op de opbrengst van 5 tot 10%.


Woelen op een kalkloze klei in de Achterhoek