Op het Rijkslandbouwproefstation in Groningen (foto) werden in 1928 de eerste bodemanalyses uitgevoerd. Later werd het Blgg in Oosterbeek het belangrijkste laboratorium. De laatste tijd zijn er meerdere laboratoria bijgekomen.

Het eerste bodemlaboratorium in Nederland werd in 1928 opgericht in Groningen: pH, kalk, P-Al, P-citroenzuur, Pw en K-HCl waren de analyses. Ook in andere delen van Nederland werden vervolgens laboratoria opgericht. In 1948 concentreerden het laboratoriumwerk en de adviezen zich in Oosterbeek: het huidige Blgg. Er was steeds een nauwe band met het Instituut voor Bodemvruchtbaarheid (IB) in Haren bij Groningen. Dit instituut had nauwe contacten met de kunstmestindustrie en de industriële aanpak van het bemestingsvraagstuk stond centraal. Voor bodemstructuur en bodemleven was weinig aandacht. Eind jaren 90 werden een aantal extracten vervangen door het CaCl2 0,01 M extract. Dit is een weinig agressief extractiemiddel dat weinig zegt over de plantbeschikbaarheid van de meeste voedingsstoffen.

Als reactie op de toenmalige aanpak van het Blgg werd in 1951 het Centraal Bodemkundig Bureau Rispens opgericht. Dit heet nu Koch Eurolab.

In 1981 werd op het Louis Bolk Instituut een bodemlaboratorium opgericht dat zich specifiek richtte op de biologische landbouw. Beschikbaarheid en voorraad aan voedingsstoffen en de biologische activiteit, gemeten met een bodemrespiratietest, staan hier centraal. Dit laboratorium is in 1991 voortgezet als Gaia Bodemonderzoek (www.gaiabodem.nl).

Aan het eind van de 20e eeuw nam de onvrede over het Blgg toe vanwege een aanpak die ver van de praktijk af stond en vanwege onduidelijkheid over de nieuwe analysemethoden. Nieuwe laboratoria startten: Laboratorium Zeeuws-Vlaanderen (voornamelijk dezelfde analyses als het Blgg, nu Eurofins/Lab Zeeuws-Vlaanderen), Altic (Spurway, verdund azijnzuur) en Soiltech (Mehlich 3 extract).