Artikelintro. Lorem ipsum dolor sit amet, vocent volutpat delicatissimi ut sea, cum soleat ceteros an. Vim id brute repudiare intellegam, ea lorem torquatos ius, forensibus contentiones vis ex.

inhoud:

1. Inleiding
2. Voorbeelden
3. Verdichting en beworteling
4. Vilt
5. Bemesting en beregening
6. Zuurgraad
7. Maatregelen
8. Literatuur

1. Inleiding

Een golfbaan bestaat uit tees, fairways en greens. De bodem van de tees en fairways is vergelijkbaar met die van sportvelden. Meer informatie is onder 'sportvelden' te vinden. Hieronder volgt meer over het beheer van greens.

De beworteling op de green is van groot belang. Een periode met droogte wordt beter opgevangen en de levering van voedingsstoffen kan bij een goede beworteling op een evenwichtige wijze verlopen. Om een goede beworteling mogelijk te maken is de uitgangsbodem essentieel. Bij de aanleg moet beoordeeld worden hoe de bodem is. Een laag van 40 cm moet bewortelbaar zijn. Bodembewerking en aanvoer van compost kan van belang zijn. Het organischestofgehalte van de bovenste 40 cm moet tenminste 3% zijn. Van belang is ook dat er verteerbare organische stof voorhanden is. GFT-compost is dan vaak beter dan groencompost.

Na de aanleg is er aan de onderlaag niet veel meer te doen en komt alles aan op het beheer. 'Het leven erin houden' staat hierbij centraal. Hoe dat moet? Het antwoord is eenvoudig, maar complex. Op de meeste greens wordt veel te veel zand gebruikt. De bodem onder de bovenlaag gaat dood. Er is geen balans meer tussen grasmat en bodem. Pas dus op met top-dressing. Laat het achterwege of gebruik zand met verteerbare compost erin.

2. Voorbeelden


Green met een humushoudende zandbodem en een goede beworteling (foto T.D. Witt)
Green met een verdichte grond en matige beworteling (foto T.D. Witt)


De ideale green (foto Pius Floris)


Green met een viltlaag van 2 cm

3. Verdichting en beworteling

Om de beworteling te kunnen beoordelen en daarmee de mate van verdichting, moet de zode zichtbaar gemaakt worden. Dat kan door met een spade een kluit uit te steken, maar dit geeft een flinke verstoring. Met een gutsboor is een andere methode.

Roodzwenkgras is wat gevoeliger voor verdichting dan struisgras. Straatgras kan bij verdichting sterk gaan toenemen.

Oorzaken van verdichten zijn betreden en berijden. Bij een wat hoger lutumgehalte wordt een grond gevoeliger voor verdichting. De verdichting door betreding betreft de bovenste 5 tot 10 cm. Onderhoudsmachines verdichten tot 20 cm. Verdichting is vaak al bij de aanleg veroorzaakt.

4. Vilt

Vilt is een laag afgestorven blad die aan de oppervlakte ligt. Vilt kan gemengd of bedolven zijn door dressmateriaal en de dikte van de viltlaag is dan moeilijk te bepalen. Er zijn twee soorten vilt te onderscheiden: vezelvilt en sponsvilt. Vezelvilt is taai en stevig en heeft een bruine tot donkerbruine kleur. Stengels en wortels zijn het hoofdbestanddeel. Het wordt gevormd door traag groeiend gras en laat bij betreden geen voetafdruk na. De grond onder vezelvilt is soms moeilijk te bevochtigen. Sponsvilt is geelbruin tot geel en heeft vaak zwarte strepen. Het wordt gevormd door struisgras en straatgras. Onder natte omstandigheden kan het gaan stinken. Dit vilt laat vaak voetafdrukken na. De waterdoorlatendheid kan door vilt te sterk verminderen.

Speltechnisch is een geringe hoeveelheid vilt gunstig. Er mogen evenwel geen voetafdrukken door ontstaan en sponsvilt is daarom minder gunstig.

5. Bemesting en beregening

Gebruik van kunstmest en veel te veel beregenen is de gewoonte, maar het is tevens de beste manier om in een neergaande spiraal terecht te komen. Of droge organische meststoffen dan beter zijn, is nog niet bewezen. Compost die voldoende rijk is en niet te lang gecomposteerd, is voorlopig de beste weg. Beperk de bemesting en beperk de watergift. Dat zijn belangrijke maatregelen om tot een goede green te komen.

6. Zuurgraad

Een andere factor is de zuurgraad. Deze moet de basis zijn voor een evenwichtig bodemleven. Op zandgrond is de wenselijke pH waarde (pH-KCl of pH-CaCl2) 5,3. Op kalkloze zavel of klei 6,4 en op kalkrijke zavel of klei 6,8. Bij problemen met schimmelziekten op zandgronden is het wenselijk een pH van 4,5 aan te houden.


De relatie tussen de pH en de aantasting door fusarium op de greens van golfbaan Gendersteyn te Veldhoven (Onderzoek Gaia Bodemonderzoek).

7. Maatregelen

Tegen verdichting
- Beperk beregenen. De toplaag is onder wat drogere omstandigheden minder gevoelig voor verdichting.
- Belucht de toplaag.
- Gebruik machines met een lage bandendruk.
- Zorg voor een goede drainage.

Voor een goede beworteling
- Beperk bemesting. Bij een geringere bemesting worden de diepwortelende grassen en weinig mestbehoeftige grassen gestimuleerd (roodzwenkgras en struisgras) en straatgras afgeremd.

Tegen vilt
-Een zware bemesting en veel beregenen stimuleert viltvorming.
-Straatgras en struisgras bevorderen viltvorming, Dan komen roodzwenkgras en veldbeemdgras. Engels raaigras en timothee zijn nauwelijks viltvormers.
-Inbrengen van regenwormen die geen uitwerpselen aan de oppervlakte deponeren. Wel a.caliginosa en l. rubellus en geen l. terrestris
- Zorg voor een goede ontwatering.
- Bezanden kan helpen. Gebruik zand met verteerbare organische stof. GFT-compost is dan gunstiger dan groencompost.
- te weinig betreden kan sponsviltvorming stimuleren.

8. Literatuur

Kappen, C.P.M. en L.M. Kappen, 2006.De ideale green. Strijd tegen verdichting en vilt. Groen en Golf, december 2006.