Twee voorbeelden van biologische teelt in grond en een voorbeeld van gangbare teelt van chrysant in grond.

Inhoud

1. Inleiding
2. Groenteteelt in de kas
2.1. Twee bedrijven op de Zuid-Hollandse eilanden
2.2. Een bedrijf op zandgrond in de Achterhoek
3. Sierteelt in de kas

1. Inleiding

De bodem in de kasteelt verkeert in geheel andere omstandigheden dan die in de volle grond. Deels zijn de omstandigheden gunstiger, deels minder gunstig:

Gunstig voor een goede bodemkwaliteit:

-Er wordt niet met zware machines over te natte grond gereden
-Zware regen kan de bodem niet dichtslaan

Ongunstig voor een goede bodemkwaliteit:

-De intensieve teelten laten weinig plantenresten als voer voor het bodemleven achter
-Hogere temperaturen geven een snelle afbraak van de organische stof
-Wanneer er gestoomd wordt is dit ongunstig voor een evenwichtig bodemleven

De verzorging van de bodem gebeurt dus niet door de gewassen zelf, maar is sterk afhankelijk van de aandacht die de teler hier aan geeft. Dat verschilt per bedrijf. Veel stomen en weinig mest of compost geven niet voldoende verteerbaar organisch materiaal. Dat is een grote tegenstelling met weinig of niet stomen en een goede mest en compost. Enkele voorbeelden volgen hieronder.

2. Groenteteelt in de kas

2.1. Twee bedrijven op de Zuid-Hollandse eilanden


Deze zavelgrond op de Zuid-Hollandse eilanden heeft een ruim organischestofgehalte, er wordt ruim met compost gewerkt, maar toch gaan de wortels bij dit tomatengewas niet dieper dan 14 cm. Naast stomen speelt ook de watergift en de concentratie van voedingsstoffen door te ruim gebruik van hulpmeststoffen hier een rol.


Een ander bedrijf op de Zuid-Hollandse eilanden. Ook hier vrijwel geen wortels van tomaat onder de 13 cm diepte. De laag die gefreesd wordt, wordt beworteld; daaronder zijn heel weinig wortels.

2.2. Een bedrijf op zandgrond in de Achterhoek


Op 20 cm diepte zijn hier nog volop wortels. De wortels gaan tot 45 cm diepte. Gebruik van vaste mest en een groot aantal regenwormen maakt hier een diepe beworteling mogelijk.
In de bovengrond zijn regenwormen (hier aporrectodea caliginosa) actief en maken een luchtige bodemstructuur

3. Sierteelt in de kas

In het volgende een impressie van chrysantenteelt op grond.


Chrysanten zijn moeilijk op substraat te telen en op grond is daarom de gebruikelijke teeltwijze.
Bij de bouw van een kas is de bodem vaak in zeer slechte conditie.
Grote hoeveelheden compost worden er soms toegepast.
Een mooie grond is dan het resultaat.
In de winter een kas bij Aalsmeer.
Na de oogst wordt de grond gefreesd.
Wanneer de wortels worden uitgegraven blijken deze toch niet dieper te gaan dan ca 10 cm. Enkele gaan wel tot 28 cm. De grond is evenwel tot 60 cm met compost verrijkt en wordt een maal per jaar tot 40 cm losgewoeld. In dit geval blijven de wortels voornamelijk in de de zeer luchtige gefreesde bovenlaag van ca 10 cm. In deze laag zitten ook de voedingsstoffen uit de mest. Een diepere bodembewerking een een dieper inregenen van de meststoffen moet een diepere beworteling mogelijk maken. Een visuele beoordeling van de beworteling is ook hier van groot belang.