Inhoud:

3.1. Aanvoer organisch matgeriaal
3.2. Bodembewerking

3.1. Aanvoer organisch materiaal

Hoewel het organischestofgehalte van de woudeerdgronden in het algemeen vrij hoog is, wil dit niet zeggen dat de bodem geen onderhoud vereist. Aanvoer van verteerbaar organisch materiaal is nodig om het bodemleven te voeden. Dit kan met groenbemesters, met tussengewassen als granen en grassen en met vaste mest.


Boven een mooie, onder een slechte structuur in de bouwvoor

3.2. Bodembewerking

De keuze tussen spitten of ploegen is actueel bij de woudeerdgronden. Bij ploegen kunnen de gewasresten goed ondergewerkt worden en zijn de onkruidzaden diep weggewerkt. En ploegen geeft vaak een goede verkruimeling. Het nadeel van ploegen is dat er door de voor wordt gereden wat verdichting geeft en de ploeg maakt een ploegzool. Na het ploegen moet er weer gereden worden om de grond te egaliseren.

Bij spitten is er een goede menging. Spitten kan gecombineerd worden met inzaai. Er is weinig structuurbederf en ook onder relatief natte omstandigheden kan er gewerkt worden. Zware grond kan nog vrij laat bewerkt worden. Het nadeel van spitten is dat er gewasresten aan de oppervlakte blijven. Vooral grassen kunnen een probleem zijn. Onkruidzaden blijven ook bovenin en de werksnelheid is lager dan bij ploegen.

Vooral op de wat zwaardere gronden wordt er bij de afweging tussen spitten en ploegen vaak gekozen voor spitten.