Inleiding


De eigenschappen van de bodems in het veengebied verschillen sterk van die van zand en klei. Het hoge organischestofgehalte en de waterhuishouding zijn geheel anders. Verder moet voorkomen worden dat het materiaal verdwijnt door oxidatie. Een aantal maatregelen die hier specifiek betrekking op hebben worden in het volgende besproken.

Toemaak


In de Nederlandse landbouw krijgt de organischestofvoorziening veel aandacht. De bodemkwaliteit wordt er sterk door bepaald en aan maatschappelijke eisen rond milieu en klimaat kan beter worden voldaan door een goed organischestofbeheer. Er wordt daarom veel waarde aan het organischestofgehalte gehecht. Interessant is dat het evenwel niet om het gehalte alleen gaat, maar ook om de organischestofkwaliteit. Organische stof is in veengronden ruim voorhanden. Toch wordt er sinds het begin van de ontginning bemest met organischestofrijke mest. Deze stimuleert het bodemleven en dat is essentieel voor een goede bodem. Het centrale product was gedurende vele eeuwen de toemaak. Toemaak is een mengsel van slootbagger en stalmest. Stadsafval werd hier ook vaak aan toegevoegd. Toemaak was van belang voor de verzorging van het bodemleven, de basis voor de veraarding, en bevatte ook voedingsstoffen. Drie verschijnselen benadrukken het belang van toemaak in het verleden:

- Er zijn veensoorten met geheel verschillende eigenschappen. Onderzoek door Pons wees uit dat de veensoort toch geen grote invloed op de bodemeigenschappen had in het midden van de 19e eeuw. Pons schreef dat toe aan de dominerende rol van toemaak op de bodemeigenschappen.

-Toemaak werd vaak verkocht aan tuinders in het Westland en aan bollentelers. In de Tweede Wereldoorlog was er voor het vee geen voergraan beschikbaar. De bedrijven die in het verleden geen toemaak hadden verkocht bleken veel minder last te hebben van de gewijzigde omstandigheden.

-Toemaak wordt al langer niet meer gebruikt. Recent onderzoek toont aan dat de veensoort (koolstofpercentage van de organische stof) toch wel invloed op de bodemeigenschappen heeft (van Eekeren, 2012). Mogelijk geeft dit aan dat het huidige drijfmestgebruik toemaak toch niet in voldoende mate kan vervangen. Nieuwe meststoffen moeten mogelijk ontwikkeld worden om een optimale bodemkwaliteit te verkrijgen.


Toemaakbereiding. De bagger werd bij de slootrand gelegd om op te drogen en door te vriezen. Hierdoor kon beter een goede toemaak bereid worden door menging met stalmest en stadsafval.


Herinnering aan de voormalige baggerwinning voor de toemaakbereiding

Resten van stadsafval door gebruik van toemaak in een veengrond onder Amsterdam.


Jan Duindam in Delfgauw bij Delft mengt slootbagger met potstalmest en maakt zo een eigentijdse toemaak.


Een andere manier van toemaakbereiding nieuwe stijl is een potstal met GFT-compost waar de koeien de uitwerpselen bij voegen. Hier bij Marinus de Vries in Stolwijk. 

Geen maïs


Maïs is in de melkveehouderij gewild als aanvulling op gras bij het voer. De maïsteelt betekent evenwel een versterkte afbraak van de organische stof. Verder heeft de inzaai, maar vooral de oogst met zware machines bij natte omstandigheden, een negatieve invloed op de bodemstructuur. Teelt van maïs moet zoveel mogelijk beperkt worden.

Perceel bij Nieuwerbrug na de maïsoogst. Een dergelijke aanslag op de bodemstructuur is vele jaren later nog merkbaar.

Berijden en betreden


Juist op veen is het van belang om onder natte omstandigheden gebruik van zware machines en beweiden met veel koeien op een kleinere oppervlakte zoveel mogelijk te voorkomen. Kies bij beweiden de percelen uit die dat het beste kunnen verdragen. Let bij mechanisatie op de juiste banden en de juiste bandenspanning.

Onderwaterdrains


Het onderzoek naar de rol van onderwaterdrains is nog in volle gang. Er zijn evenwel al wel aanwijzingen dat bij tegengaan van verdroging en afname van de oxidatie van het veen onderwaterdrains een rol kunnen spelen. Optreden van indrogend veen wordt geremd. Wanneer een kleilaag op het veen ligt is de kans op uitdroging van deze laag minder. Ook kan het zijn dat de ontwatering in het voorjaar beter verloopt en dat de oxidatie van het veen daardoor gestimuleerd wordt. De invloed van onderwaterdrains op de bodemprocessen wordt sterk beïnvloed door het weer. Onderzoek naar de rol van de drains wordt hierdoor ingewikkelder en moet over een langere periode plaatsvinden.