Veengronden komen voornamelijk voor in Noord- en Zuid-Holland, Friesland en Drenthe. De oppervlakte was vroeger aanzienlijk groter, maar vanwege erosie door zee en rivier, en door afgraven is veel veen verdwenen.
Er zijn meerdere soorten veen:

-Veenmosveen. Dit veen ontstaat buiten de invloed van zee, rivier en grondwater om en alleen regen is de waterbron. Veenmos en een aantal andere planten vormen het veen.


Veenmosveen

-Zeggeveen. Het water is hier wat rijker door invloed van grondwater of water uit zee en rivier. Zeggen vormen de belangrijkste bron van het veen


Zeggeveen

-Bosveen. Wanneer zee of rivier klei aanvoeren, worden de omstandigheden gunstig voor de groei van bomen. Het zijn voornamelijk elzen en wilgen, maar ook andere bomen komen voor.


Bosveen

-Rietveen. Dit wordt gevormd bij brak water in het kustgebied


Overzicht veengronden in Nederland. Veengronden zijn bruin aangegeven.


Overzicht veensoorten. Vooral veenmosveen is voor een groot deel verdwenen.

Na de veenvorming is veen bruin van kleur, niet gerijpt (makkelijk door de vingers te knijpen) en de oorspronkelijke plantenresten zijn nog goed te herkennen. Komt het veen in contact met lucht omdat het bijvoorbeeld wordt ontwaterd en voor landbouw in gebruik genomen, dan vinden de volgende processen plaats:

1. Verwering
Door luchttoetreding oxideren de makkelijk oxideerbare organische verbindingen en wordt het materiaal zwart. Verwering is een onomkeerbaar proces. Verwering kan snel optreden bij luchttoetreding. Komt bruin veen in contact met de lucht, dan wordt de buitenkant binnen enkele minuten zwart.

2. Rijping
Na de veenvorming bevat veen veel water. Bij indroging verdwijnt water en komen de bodemdeeltjes dichter op elkaar te liggen. Bij volledige rijping is veen niet meer tussen de vingers door te knijpen. Rijping is onomkeerbaar.


Ongerijpt veen kan gemakkelijk door de vingers worden geknepen (foto). Gerijpt veen in het geheel niet. 

3. Veraarding
Bij voldoende lucht in de bodem kan het bodemleven zich ontwikkelen en worden de plant- en dierresten verteerd. Wanneer niet meer zichtbaar is welke planten aan veenvorming bijdroegen, is het materiaal veraard. De dikte van de veraarde laag bepaalt mede de bodemkwaliteit van een veengrond. Tijdens het veraardingsproces gaat wel een deel van het materiaal verloren en komt de oppervlakte lager te liggen