Ontwatering, goede zuurgraad, berijden met beleid, herinzaai, organische mest, verstandig vee inscharen. De veehouder heeft vele mogeljkheden om de bodem te verzorgen.  

Inhoud:

1.De beoordeling van de bodem onder gras
2. Maatregelen
2.1. Ontwatering
2.2. pH-waarde
2.3. Berijden
2.4. Opnieuw inzaaien
2.5. Organische mest
2.6. Vee inscharen
3. Literatuur

1. De beoordeling van de bodem onder gras

Bij geploegd land moet eigenlijk - naast de bouwvoor - vooral ook de laag eronder beoordeeld worden. Bij grasland is de diepere laag ook belangrijk om te beoordelen, maar in de bovenste 20 cm is het meeste al te zien. Daarbij komt dat er bij grasland op zand heel veel onderzoek is gedaan naar bodemkwaliteit. Een samenvatting is te vinden in van Eekeren (2008).

Door een kluit van 20x20x20 cm uit te steken kan direct al een indruk van de bodemkwaliteit gekregen worden. Dit kan door het aantal wortels op 10 en 20 cm te tellen bij een oppervlak van 20 x 20 cm. Tegelijk kan ook het aantal wormgangen geteld worden. Bij een relatief goede grasmat geldt:

aantal wortels op 10 cm diepte per 400 cm2: 200

aantal wortels op 20 cm diepte per 400 cm2: 100

aantal wormgangen op 20 cm diepte: 4

aantal regenwormen in een kluit van 20x20c20 cm: 80

Daarnaast is het belangrijk dat op 40 cm diepte nog enkele wortels aanwezig zijn

In de praktijk komt een zeer grote variatie binnen deze indicatoren voor. De reden van deze variatie berust voor een belangrijk deel op het beheer. Hoe nu een goede bodem bij grasland te krijgen, wordt in het volgende kort aangegeven.

2. Maatregelen

2.1. Ontwatering

Belangrijk is dat er voldoende lucht in de grond kan komen. Een goede ontwatering is hiervoor belangrijk. Een goed ontwaterde zandgrond heeft in de winter een grondwaterstand van tenminste 80 cm en in de zomer tenminste 120 cm.

2.2. pH-waarde

Een actief en evenwichtig bodemleven kan zich alleen ontwikkleen bij een pH-KCL of pH-CaCl2 van 4,8 tot 5,5.

2.3. Berijden

-Stel bij te natte grond het rijden zo lang mogelijk uit. Kies een lage bandenspanning van 0,8 bar in het voorjaar en 1,0 in de zomer.
-Dien bij minder gunstige omstandigheden de drijfmest toe met sleepslangen.

2.4. Opnieuw inzaaien

Besef dat door scheuren en opnieuw inzaaien het organische stofgehalte achteruitgaat. Stel dit zo lang mogelijk uit. Op veel bedrijven is het mooiste perceel dat perceel dat bijvoorbeeld al 20 jaar niet gescheurd is.


Gras in de Gelderse Vallei met een diepe beworteling en kruiden na 40 jaar niet scheuren

2.5. Organische mest

Drijfmest en vaste mest zijn beide van belang voor een goede bodem. Onder meer de regenwormenpopulatie wordt door beide gestimuleerd.

2.6. Vee inscharen

Kies onder natte omstandigheden die percelen uit om het vee te laten grazen die het betreden het beste kunnen hebben.

Dit zijn zo wat belangrijke maatregelen. Het belangrijkste is evenwel de bodemkwaliteit het hele jaar door in het bewustzijn te hebben. Af en toe eens kijken met een spade op goede en slechte plekken kan helpen de goede maatregelen te kiezen.

3. Literatuur

Eekeren, N. van e.a., 2008. Van schraal naar rijk zand. Louis Bolk Instituut, Driebergen.