In het volgende worden een aantal bodemprofielen nader bekeken.


Een bodem uit de Noordoostpolder kort na de inpoldering

De grond is poreus en het grondwater staat vrij hoog en daarmee kunnen de wortels in het algemeen voldoende vocht opnemen. Dit vocht is zoutarm en leidt tot een eenzijdige vegetatieve groei. Alle aandacht moet uitgaan naar verhoging van het organischestofgehalte met bijvoorbeeld compost, en daarnaast aanvoer van makkelijk verteerbaar organisch materiaal voor het bodemleven. Om hier een goede, biologisch actieve grond te krijgen duurt vele jaren.


Een zeekleigrond in Zeeuws-Vlaanderen.

In tegenstelling tot de grond in de Flevopolder is hier al een bouwvoor met een redelijk organischestofgehalte. De laag onder de bouwvoor is nog humusarm en vaak verdicht. Stimulering van regenwormen moet hier centraal staan. Aanvoer van stabiel en verser organisch materiaal is ook hier belangrijk.

|
Een grond op een stroomrug in de Betuwe.

Deze grond is diep doorwortelbaar (onder meer door regenwormgangen), rijk aan organische stof bovenin, maar ook onder de bouwvoor bevindt zich organischestof. De ideale grond voor fruit. Onderhoud van de bodemkwaliteit moet aandacht hebben; bijsturen is hier niet aan de orde.


Lössbodem in Zuid-Limburg.

De gronden zijn diep doorwortelbaar, maar vaak vrij arm aan organische stof. Verzorging van de regenwormen en aanvoer van organisch materiaal is van belang.


Enkeerdgrond op de Veluwe.

De grond is diep humushoudend, maar in de praktijk blijken deze gronden toch niet diep doorwortelbaar. Voor fruitteelt is een bodemverbetering nodig. Tot 40 cm diepte ruim compost aanbrengen is van belang. Loswoelen tot 60 à 70 cm is vaak ook nodig.


Een heidepodzol op de Veluwe.

Voor fruit niet geschikt, ook niet als er al een humushoudende bouwvoor aanwezig is. Alleen met een diepe bodembewerking en ruime aanvoer van organisch materiaal kan de grond meer geschikt gemaakt worden voor fruit, maar de geschiktheid blijft beperkt.