Voordat de veenvorming een aanvang nam groeiden er planten die bij een natte zandgrond passen, zoals dopheide, pijpenstrootje en andere.


De natuurlijke vegetatie van een natte podzolgrond. Pijpenstrootje is een van de belangrijke planten.

Pijpenstrootje kan met zijn wortels de zandgrond indringen. Overal in de laag onder de bouwvoor treffen we deze resten van pijpenstrootjewortels nog aan. Vaak zijn het wortels van planten die hier ca 7000 jaar geleden groeiden. Deze wortels vertellen wel iets. Ze laten zien dat de laag onder de bouwvoor niet zeer vast is. Hier en daar groeien de wortels van de huidige landbouwgewassen ook in deze oude wortelgangen naar beneden. Het is belangrijk hier goed op te letten. Woelen van de grond is dan soms niet nodig. De podzolgronden van de veenkoloniën zijn onder natte omstandigheden ontstaan. Water houdt de bodem enigszins los. Heel anders is dat bij de hooggelegen droge zandgronden met struikheide. Daar kunnen door humusinspoeling extreem verdichte humusinspoelingslagen ontstaan. Enigszins verdicht is de ondergrond van de veenkoloniale zandgronden desondanks toch wel en mechanisch losmaken is bijna steeds nodig. Extreem verdicht wordt de laag onder de bouwvoor door de moderne mechanisatie in de landbouw en dan is losmaken bijna altijd nodig.


Resten van pijpenstrootjewortels onder de bouwvoor van een veenkoloniale grond in de Peel.