Niet kerende grondbewerking (NKG)

Tongeren vergelijking ploegen en Niet Kerende Grondbewerking


Ploegen, tarwe na korrelmais. De bouwvoor is redelijk los. De resten van de korrelmais liggen onder in de bouwvoor en zijn na bijna een jaar nog niet verteerd.

De slechte vertering komt doordat het materiaal koolstofrijk is en er geen makkelijk verteerbare stikstofrijke organische stof in de buurt is. Drijfmest had die kunnen leveren, maar dat wordt door de wetgeving bemoeilijkt. Verder is de grond zelf arm aan bodemleven en kan van daar uit ook niet de vertering bevorderd worden.


Niet kerende grondbewerking, tarwe na korrelmais. Bij deze variant geen oogstresten onder in de bouwvoor.

 
Suikerbieten na ploegen. De bouwvoor is redelijk los, daaronder een sterk verdichte laag. Daar weer onder de redelijk losse lössgrond.


Suikerbieten bij niet kerende grondbewerking. 

In 2012 is door het Louis Bolk Instituut (Zanen e.a. 2012) onderzoek gedaan naar de bodemstructuur. Dit gaf de volgende resultaten:

Behandeling % scherpblokkige elementen laag 0-25 cm
wintertarwe ploegen 22
wintertarwe cultivator 16 cm diep 8
wintertarwe cultivator tot16 diep en woelen tot 25 cm 10
suikerbiet ploegen 20
suikerbiet cultivator tot 16 cm diep 20

De metingen zijn gedaan na 4 jaar en geven aan dat verdichting van de grond bij NKG hier na 4 jaar niet optreedt in wintertarwe en suikerbiet. Bij vergelijkbaar onderzoek op andere grondsoorten blijkt verdichting vaak lang op te treden.

 

Zuurgraad

Lössgronden zijn kalkloos en de stabiliteit vermindert bij een te lage pH-waarde. Bodemstructuurproblemen en erosiegevoeligheid nemen dan toe. In de akkerbouw is de wenselijke pH-KCL of pH-CaCl2 6,3-6,8 bij minder dan 10% lutum en 6,6 tot 6,8 bij meer dan 10% lutum. pH-waarden boven de 6,8 zijn niet gewenst vanwege sterkere afbraak van de organischge stof en een minder evenwichtig bodemleven.

 

Bodembedekking

Op alle gronden is bodembekking belangrijk, maar bij lössgronden is dit extra belangrijk. Gewassen die in de winter de grond bedekken zijn gunstig. De aandacht voor groenbemesters is vaak nog te gering. In verband met de aaltjesproblematiek bij suikerbiet wordt vaak gele mosterd of bladrammenas geteeld. Voor de bodem zijn granen en grassen als groenbemester veel gunstiger omdat deze met het intensieve wortelstelsel de bodemstrtuctuur veel beter onderhouden.

 


De bewerkte stoppel na tarwe

 

Regenwormen

Essentieel voor de bodemstructuur en bodemprocessen zijn regenwormen. Oogstresten en resten van groenbemesters zijn van belang, maar vooral dierlijke mest en vlinderbloemigen stimuleren regenwormen. Voor het doorbreken van verdichte lagen onder de bouwvoor is lumbricus terrestris belangrijk. Luzerne is het favoriete voer voor lumbricus terrestris,