Door het hoge percentage fijne deeltjes houdt löss veel vocht vast. Per 10 cm bodemlaag kan 25 mm vocht vastgehouden worden. De bewortelingsdiepte bepaalt in sterke mate de hoeveelheid beschikbaar vocht. Wanneer ouder gras ondiep wortelt is het gevoelig voor verdroging. Diepwortelende akkerbouwgewassen en fruitbomen profiteren van het beschikbare vocht; tenminste als de grond niet verdicht is. Löss is wel gevoelig voor verslemping. De kieming van de zaden kan hier veel hinder van ondervinden.


Verslempte grond.

Het grootste probleem bij lössgronden is de erosiegevoeligheid.
Om erosie te voorkomen is op percelen met een helling vanaf 2% NKG verplicht. Op deze
percelen mag de grond tot 12 cm diepte bewerkt worden. Een uitzondering op de regel is
dat er wel geploegd mag worden, als 2% van de oppervlakte van het perceel ingezaaid
wordt als groenvlak op de plaats waar het water het perceel verlaat. Voor wintergranen
is het ook toegestaan om te ploegen, voor zomergranen, waaronder maïs, evenwel niet.
De mate van erosie is sterk gekoppeld aan structuur en zwaarte van de bodem. Een gewas op de bodem beperkt erosie aanzienlijk.