Na een aantal jaren met minder problemen is na 2011 het wormenprobleem op veel bedrijven weer opgedoken.

Het probleem
- Er zijn problemen met de oogst van ui, aardappel en suikerbiet op vooral de wat zwaardere gronden. Met de aardappels komen veel kluiten mee en soms moet er beregend worden alvorens geoogst kan worden.
- Er zijn problemen met de kwaliteit, bijvoorbeeld kale of gebarsten uien
- De zaaibedbereiding en onkruidbestrijding worden moeilijker

De oorzaak
De bodemstructuur gaat achteruit door nieuwe teeltomstandigheden (zie '4. De Bodemstructuur').
Tegelijk zijn er hoge opbrengsten en komt er vooral via het loof veel wormenvoer in de grond. Door de verdichte bodem en omdat daar veel voer is, ontwikkelt zich een zeer grote wormenpopulatie in de bovenlaag van de grond. De wormen scheiden veel lijmstoffen uit die de grond onder droge omstandigheden doen verkitten.
De afname van het gebruik van bestrijdingsmiddelen die wormen doden, speelt waarschijnlijk ook een rol.

De oplossing
Minder rooivruchten telen en minder grondbewerking onder ongunstige omstandigheden (bijvoorbeeld vaste rijpaden) is de oplossing, maar slechts enkelen lukt het deze maatregelen toe te passen. De bodemstructuur verbeteren door toedienen van calciumrijke stoffen als gips of ongebluste kalk heeft, op enkele uitzonderingen na, geen voldoende effect. Op enkele tientallen bedrijven is er voorlopig nog geen uitzicht op een oplossing.


Aporrectodea calliginosa, Nederlands meest voorkomende worm, is de belangrijkste veroorzaker van de structuurproblemen. Deze eet zich door de grond heen. Normaal is dat zeer gunstig voor de bodemstructuur, maar wanneer dat te intensief gebeurt, versmeert de grond.

Aardappels op een perceel met grote oogstproblemen bij Dronten. In de dunne bovenlaag veel wormen; daaronder de sterk verdichte grond.