De ondergrond is gelaagd en vaak moeilijk doorwortelbaar, maar door de poriën kunnen de wortels toch dieper de grond in. Dit verschijnsel op zo grote schaal zien we niet bij de zeekleigronden elders in Nederland. De poriën zijn onder meer gevormd door riet in de ontginningsfase en later ook door pendelende wormen.




Rond de wortelgang is vaak roest aanwezig. Verder van de wortelgang is de grond luchtarm en is het opgeloste ijzer gereduceerd en wordt de grond blauw. Bij de wortelgang kunnen bacteriën profiteren van afgestorven wortels en dit als voedsel gebruiken. Door het gereduceerde ijzer met behulp van lucht in de gang te oxideren winnen ze energie. Het geoxideerde ijzer wordt als bruine roest zichtbaar.