De bovenlaag is in het algemeen geploegd. Kenmerkend voor Flevoland is dat onder de geploegde bouwvoor de grond gelaagd is. De gelaagdheid wordt veroorzaakt door verschillen in zwaarte en door verschillen in organischestofgehalte. De gelaagdheid belemmert de beworteling sterk, maar door de aanwezigheid van grove poriën kunnen wortels toch wel dieper de grond in. Plaatselijk bevindt zich een schelpenlaag op 25 tot 30 cm diepte die ook remmend kan zijn voor de beworteling.


Tarwe, Elandweg bij Lelystad

Lichte zavelgrond ten noorden van Lelystad

Profiel kort na de inpoldering in de Noordoostpolder. De scheuren in de grond laten zien dat de ongerijpte klei door waterverlies minder ruimte nodig heeft.