De gronden van de Flevopolders zijn uniek. Uniek wat betreft ontstaanswijze, maar ook wat betreft eigenschappen. Het zijn heel jonge gronden. Waar ter wereld vind je zoiets, ook op zo grote schaal? Het zijn kalkrijke zavel- en kleigronden en die treffen we ook in Zuidwest- en Noord-Nederland aan, maar de Flevogronden zijn toch anders. Ze zijn anders omdat:

- de organischestofgehalten relatief laag zijn;
- er minder dan elders een verdichte laag onder de bouwvoor zit;
- er bijna steeds wat grotere poriën naar de ondergrond gaan waardoor wortels kunnen groeien en het gehele groeiseizoen water op kunnen nemen.

De combinatie van deze eigenschappen geeft een specifieke groei. De gewassen zijn relatief ijl en de eenzijdige groei maakt dat ze moeilijk tot afrijping komen. Wanneer hier bij de teelt niet duidelijk rekening mee wordt gehouden, scoren ze op het gebied van smaak niet hoog.

De enorme groeikracht wordt al zichtbaar in de bossen. De essen, die hier thuishoren, vertonen een sterke hoogtegroei. Eronder ontwikkelt zich een weelderige brandnetelvegetatie.


Essen in het Larserbos bij Lelystad in het voorjaar. Weelderige groei van bomen en brandnetels.