De bodemkwaliteit in de akkerbouw staat onder druk. Meer teelt van gewassen die de bodem niet goed verzorgen. Steeds zwaardere machines. Nieuwe rassen met later oogsttijdstip, enzovoort. Op vele manieren wordt er gezocht hier wat aan te doen.  Bijvoorbeeld teelt groenbemesters, gebruik van compost, vaste rijpaden, niet kerende grondbewerking. De belangrijkste sleutel is evenwel de bodemkwaliteit steeds in het bewustzijn te houden. De beoordeling van kuil en kluit kan hierbij helpen.

 De Flevolandse kleigronden zijn de jongste kleigronden. Aanvankelijk zeer productief, maar de hoeveelheid makkelijk verteerbare organische stof verdween geleidelijk. Geringere stikstoflevering en structuurproblemen namen toe. De bodemvruchtbaarheid gaat nog steeds achteruit. De mate van inzicht dat er wat gedaan moet worden neemt evenwel toe. Flevoland is toonaangevend op het gebied van werken aan bodemkwaliteit.  

 Veel maatregelen genoemd bij akkerbouw Flevoland gelden ook voor de overige zeekleigronden. De specifieke aanpak van de overige kleigronden wordt hier nog nader uitgewerkt. U vindt hier al wel een korte impressie van een van de mooiste voorbeelden van werken aan bodemkwaliteit: Bakkerbio in Munnekezijl. 

Veel kleigronden worden kalkhoudend afgezet. De vegetatie die op een bodem groeit werkt zuur en lost de kalk op. Voor gebruik in de akkerbouw zijn de kalkloze kleigronden niet de makelijkste gronden.

Lössgronden zijn kalkloos en kennen daardoor talloze problemen zoals verdichting en erosie. Omdat het kleigehalte niet hoog is kunnen ze bij goed beheer hele goede akkerbouwgronden zijn. 

De resten van het hoogveen vormen een zwarte zure humus en verdichting en stuiven zijn het gevolg. Doordat de grondwatertstanden meestal goed geregeld kunnen worden wordt er op gote schaal toch akkerbouw op bedreven.