Het voorgaande geeft een beeld van bodems en landschappen in een samenhang. Die zijn, zoals vermeld, te vertalen naar fundamentele principes rond bodembeheer. Er speelt evenwel meer. Het jonge landschap kan omschreven worden als uitbundig, het middenlandschap als evenwichtig en het oude tenslotte als wat doods. Hiermee krijgt de ontwikkeling van bodems en landschappen een parallel met de menselijke ontwikkeling. Je kunt jezelf herkennen in de buitenwereld en de buitenwereld in jezelf. Rudolf Steiner heeft veel op het belang van die samenhang gewezen. Er wordt door inzicht in de geschetste ontwikkeling een directe band tussen mens en natuur zichtbaar. Door dit inzicht te vertalen naar praktische maatregelen in de landbouw wordt het ook letterlijk en figuurlijk vruchtbaar, maar ook naar andere gebieden in de maatschappij zijn vertaalslagen mogelijk. Spencer Wells (De akkers van Pandora, 2010) wees er op dat veel beschavingen ten onder zijn gegaan doordat het contact met de natuur verdween. Het bovenstaande is mogelijk een aanknopingspunt om dat contact met de natuur in stand te houden of weer terug te krijgen.