Door zuurstof worden materialen open voor verandering. Zuurstof ontsluit de elementen voor het spel op aarde.

Zuurstof in de bodem

Zuurstof in de bodem is misschien wel het meest verwaarloosde element bij het bodembeheer. De aandacht licht bij voldoende voedingsstoffen (vooral stikstof, fosfor, kalium en magnesium) en bij water. Als er dan voldoende warmte is, groeien de planten wel.
Die planten groeien evenwel alleen als de wortels voedingsstoffen op kunnen nemen en het bodemleven voedingsstoffen vrij kan maken. Voor deze laatste twee processen is zuurstof nodig.

Bij het beheer van de bodem moet eigenlijk altijd de vraag gesteld worden of de bodem wel genoeg zuurstof krijgt. Dat wordt te weinig gedaan, terwijl zuurstof nog gratis is ook. Door zuurstof kan de bodem ademhalen. Die ademhaling gebeurt alleen wanneer er koolstofhoudende stoffen aanwezig zijn want het eindproduct van de ademhaling is koolzuur. De zuurstof moet de grond in kunnen; de koolzuur (die door de zwaarte de neiging heeft om in de grond te blijven) moet er weer uit kunnen. Goethe beschrijft de ademhaling van de mens op de volgende wijze, maar voor de bodem kan dit mogelijk ook gelden:

Im Atemholen sind zweierlei Gnaden:
Die Luft einziehen, sich ihrer entladen;
jenes bedrängt, dieses erfrischt;
so wunderbar ist das Leben gemischt.
Du danke Gott, wenn er dich preßt,
und dank ihm, wenn er dich wieder entläßt!

(Hierbij duidt jenes op inademen en dieses op uitademen)

Het karakter van zuurstof

Mackensen (1994) beschrijft zuurstof op de volgende wijze. Zuurstof maakt de stoffen minder vast (bijv. roestend ijzer). Dit proces waarbij zuurstof zich bindt aan een stof heet oxidatie. Het tegenovergestelde is reductie. Bij reductie is zuurstof niet meer aan andere stoffen gebonden. Dit betekent dat de stoffen weer worden wat ze waren voordat ze zich door oxidatie openden en leeg werden.
Zuurstof zet stoffen in beweging. Bijvoorbeeld het verteren van blad het aanblazen van het vuur door de smid wordt door zuurstof geleid. Door zuurstof worden materialen open voor verandering. Zuurstof ontsluit de elementen voor het spel op aarde. Zuurstof maakt de koolwaterstoffen voor het leven toegankelijk: aardolie is dood, van koolzuur kan een plant leven.
Op de mens heeft zuurstofgebrek de volgende invloed:

-tussen 20 en 12 % zuurstof maakt het gehalte niet zoveel uit bij inademen

-onder 12% voelt men zich iets verdoofd

-bij 9% word je blauw en treedt heel geleidelijk bewusteloosheid op

-bij 3% treedt snelle verstikking op

Opmerkelijk is dat in de bodem ook blauwkleuring op kan treden bij stikstof-gebrek en dat bij mens en bodem eiwitten hierbij een rol spelen.
Julius(1965) zegt over zuurstof: zuurstof haalt stoffen uit hun isolering en brengt ze naar grote kringlopen.
Steiner, die Julius en Mackensen inspireerde, spreekt van zuurstof als drager van het leven, als de stof die koolstof uit de verstarring haalt.
Bij de beoordeling van bodems kan al snel duidelijk worden wat de rol van zuurstof en van de ademhaling van de bodem is. Soms is de grond verdicht en kan zuurstof de grond niet in komen en soms juist wel. Soms vindt zuurstof wel plantenresten in de grond om iets mee op te bouwen en soms niet. Soms zijn er wel plantenresten, maar kan zuurstof er niet bij komen.
Teveel zuurstof is ook niet goed. Bij intensieve bodembewerking, waarbij de grond heel luchtig wordt, treedt afbraak van organische stof op. Vooral wanneer er al weinig organische stof is, gaat het leven uit de grond. Teveel inademen is dan een doodsproces (Robert de Haan).