Over een andere kijk op stoffen.

Kunnen we beter omgaan met stoffen bij bodembeheer in de landbouw wanneer we ze beter kennen? Dat is de vraag waar in het volgende op wordt ingegaan. Hoe kunnen we te weten komen wat stoffen eigenlijk zijn? En hoe kunnen we dat vertalen naar landbouwkundige maatregelen? Er zijn weinigen die zich met deze vragen bezig hebben gehouden. Na de ontdekking van het belang van voedingsstoffen richtte alle aandacht zich op de wijze van toepassing met het doel zo veel mogelijk voedsel te produceren. Toch is er ook gezocht naar andere benaderingen rond stoffen. Velen zijn hier op verschillende wijzen mee bezig geweest. De wijze waarop Goethe als het ware de plant ontdekte is ook toe te passen op stoffen. Twee namen vallen in dit kader extra op: Frits Julius en Manfred van Mackensen. Julius heeft een en ander beschreven in het boek "Grundlagen einer phänomenologischen Chemie" (Julius, 1965) en Mackensen in vele publicaties, vaak gericht op het onderwijs. Een samenvattende publicatie is "Prozesschemie aus spirituellem Ansatz" (Mackensen, 1994).

Hier volgen enkele ideeën rond de weg om inzicht te krijgen in de rol van stoffen bij bodemkundige vraagstukken. Ook volgt een stukje geschiedenis over pogingen in het verleden.

De gebruikelijke wijze om ergens inzicht in te krijgen, is eerst een hypothese te formuleren en deze vervolgens te toetsen. Als voorbeeld de werkwijze om de hoogte van de stikstofbemesting te bepalen. De vraag is hoeveel stikstof er met mest moet worden gegeven. Door nu op proefvelden verschillende hoeveelheden stikstofhoudende mest te geven en met behulp van voldoende herhalingen dit statistisch te verwerken, wordt duidelijk welke hoeveelheid stikstof het beste is. Op deze wijze komen we tot wat de beste bemesting lijkt. Op zich lijkt hier niets mis mee. Wanneer we met een dergelijke werkwijze werken is er toch wel iets opmerkelijks aan de hand. We werken met stikstofmest, met gewassen en een specifieke bodem en van alle drie weten we eigenlijk nog niets wanneer we dit experiment uitvoeren. Het enige wat we weten is bij welke bemesting in deze specifieke situatie de plant het hardste groeit. Mogelijk zouden we veel beter te werk kunnen gaan wanneer we wat meer wisten van waar we mee bezig zijn.