Stikstofrijke vlinderbloemigen zijn vaak slecht voor de bodemkwaliteit. In combinatie met koolstofrijke juist ideaal voor een goede bodem.

Vlinderbloemigen worden vaak zeer positief aangeduid. Ze staan aan de basis van bodemvruchtbaarheid wordt dan gezegd. Dat is ook wel zo, maar alleen in combinatie met een bron van makkelijk verteerbare koolstofrijke verbindingen. (Dit wordt uitgebreid toegelicht onder 'Bodem en stoffen', bij 'stikstof en koolstof'). Vlinderbloemigen als monocultuur hebben een heel andere verhouding tot bodemvruchtbaarheid.
In het volgende een korte kennismaking.

Wat eerst opvalt bij vlinderbloemigen zijn de zaden. Bij de vormen van de zaden denken we niet eerst aan planten maar veel meer aan dieren. In bijgaande figuur, samengesteld door Grohmann, zien we zaden die op het eerste gezicht afkomstig zijn van dieren.

Zaden van vlinderbloemigen (Grohmann, 1951). Van links naar rechts: Medicago radiata, Medicago orbitularis, Medicago litoralis, Melilotus officinalis en Trifolium resupinatum.


Ook de niervormige zaden van bonen herinneren eerder aan het dierenrijk dan an het plantenrijk

Aan de wortels zitten de wortelknolletjes waarin die bij doorsnijden roze van kleur zijn. Hierin wordt de luchtstikstof geboden. De stof die hierbij betrokken is, is rood van kleur en verwant aan de rode bloedlichaampjes.
De ranken die veel vlinderbloemigen kennen bewegen zich om houvast te krijgen. Beweging kennen we vooral bij dieren. Het kruidjeroermeniet is wat beweging betreft het meest opvallend.

De naam vlinderbloemigen geeft al aan dat bloemen op vlinders lijken.

Wat betreft de samenstelling valt het hoge eiwitgehalte van vlinderbloemigen op. Eiwit is een stof die naar dieren verwijst.
Naar de bodem toe komen we tot het volgende:
Bodemstructuur wordt vooral bepaald door de intensiteit van de beworteling. Vlinderbloemigen hebben over het algemeen weinig wortels. Het organische stofgehalte van de bodem wordt vooral bepaald door stikstofarme verbindingen zoals lignine. Vlinderbloemigen bevatten weinig lignine. Vlinderbloemigen leveren weinig plantenresten en die zijn door hun stikstofrijkdom snel afbreekbaar. Hiermee stimuleren ze het bodemleven op korte termijn en leveren stikstof voor de andere gewassen, maar doen zelf weinig aan de bodem. Luzerne wortelt diep, maar maakt daarbij de ondergrond niet los: de plant maakt gebruik van bestaande gangen, vooral regenwormgangen.
Dat vlinderbloemigen van belang zijn voor de bodemkwaliteit komt omdat ze in directe combinatie met koolhydraatrijke gewassen meer kunnen dan beide afzonderlijk. De rol van gras/klaver staat beschreven in het onderdeel Bodem en stoffen onder 'stikstof en koolstof'.