De gewassen hebben vaak een veel grotere invloed op de bodem dan de andere maatregelen die een boer neemt zoals bodembewerking en gebruik van mest en compost. Die invloed kan te maken hebben met de wijze van de teelt. Kan het zaaibed op een gunstige wijze aangelegd worden, is oogst onder gunstige omstandigheden mogelijk enzovoort. De invloed kan ook te maken hebben met het karakter van het gewas. Op dit laatste wordt bij enkele gewassen in het volgende ingegaan.

Stikstofrijke vlinderbloemigen zijn vaak slecht voor de bodemkwaliteit. In combinatie met koolstofrijke juist ideaal voor een goede bodem.

Kruisbloemigen hebben wel een diepgaande penwortel, maar verder weinig wortels om de bodemstructuur te verzorgen. Het loof doet dat ook niet. Beperking van bodemgebonden ziekten is vaak een belangrijke reden om voor kruisbloemigen te kiezen. 

Granen en grassen zijn de basis voor een goede bodem. Veel wortels voor een goede structuur en veel organische stof voor onderhoud van het organische stofgehalte. 

In alle gras moeten eigenlijk meerdere kruiden staan. Dat is goed voor de bodem en voor het vee.