Gaat het bij landbouwproducten om kilogrammen of om voedingswaarde? 

Hier een korte introductie rond voedingskwaliteit. Veel meer informatie rond vele producten vind u op onze website www.productkwaliteit.nl. Een pdf met een overzicht over de website productkwaliteit.nl kunt u downloaden: pdfproductkwaliteit.pdf .

In de landbouw worden de meeste gewassen geteeld voor de voeding van mens of dier. Of een gewas als voedsel optimaal is, hangt van de voedingskwaliteit af. Het is de veredelaar die inzicht moet hebben in het begrip voedingskwaliteit en van daar uit moet veredelen. Die veredelaar kan of moet eigenlijk de teler zijn, maar dat is meestal niet het geval. Bij de teelt ligt de aandacht naar het gewas wat anders dan bij de veredeling: de aandacht ligt hier meer op wat bij de plant past. De teler moet luisteren naar het gewas en de veredelaar ook, maar de veredelaar grijpt actief in. De teler moet zijn gewas leren kennen en de juiste maatregelen nemen die passen bij het gewas, zoals de juiste bemesting of de juiste vruchtopvolging, zodat het gewas niet ziek wordt en zich naar zijn aard kan ontwikkelen. Zaadteler René Groenen omschrijft het begrip voedingskwaliteit als volgt (Palmboom, 2012):
"Wanneer je een wortel eet moet je werkelijk wat beleven: 'deze wortels hebben mij wat te zeggen' of ‘ze tonen karakter’. Dat noem ik voedingskwaliteit. Voedingskwaliteit ontwikkelt zich in het samenspel van plant en omgeving. Wortels uit hetzelfde zaad zijn op het ene bedrijf anders dan op het andere: zoet of met een wat scherpe ‘touch’, of ze verschillen in bewaarbaarheid. Laat je zaadvaste wortels in het zaad schieten, dan draagt dit zaad het karakter van het bedrijf. Als je daarmee doorgaat kun je in een paar generaties bedrijfseigen rassen ontwikkelen met grote ‘eigenheid’ – lees voedingskwaliteit."

De weg naar de beoordeling van de voedingskwaliteit

Het gewas waarover we iets willen zeggen  betreffende de betekenis van voeding voor de mens, kunnen we in het veld zien staan. Wanneer we het in de ontwikkeling volgen van heel jong tot de oogst, leren we het gewas beter kennen. We kunnen ook de smaak ervaren van dat deel van de plant dat gebruikt wordt als voedingsmiddel. We kunnen veel gewassen ook bewaren en kijken hoe ze zich gedragen tijdens de bewaring. We kunnen het gewas ook laten uitgroeien en tot zaad laten komen. Bij granen is dat altijd het geval. Veel andere gewassen worden voor de zaadvorming geoogst, maar kunnen eventueel blijven staan. Een aantal gewassen gaan pas in een volgend jaar bloeien en zaden vormen. Vormt het gewas wel zaad en blijft het lang kiemkrachtig, dan kan dat beoordeeld worden.

Dit zijn de mogelijkheden om een beeld van de plant te krijgen. Vooral door ook planten op andere locaties te volgen, wordt het beeld nog weer wat rijker. Over alles wat we op deze wijze zien en ervaren, kunnen we veel zekerheid hebben want we hebben het echt zelf gezien en beleefd.

Bij de chemische analyse van een product is dit anders. Hierbij zien of beleven we niet direct zelf iets, maar we kunnen wel ontdekken dat gehalten van bepaalde stoffen samenhangen met andere verschijnselen die we wel zelf kunnen beleven: smaak, ziektegevoeligheid, gezondheid van degene die het eet, enz. We kunnen dat niet allemaal zelf onderzoeken en moeten deels uitgaan van wat anderen, die het onderzocht hebben, zeggen. Het beeld van de plant wordt door de chemische analyse rijker, maar de beoordeling is alleen mogelijk door de beelden te vergelijken met de bovengenoemde directe waarnemingen aan planten. Wanneer we de plant zelf niet kennen komen we niet tot eenzelfde zekerheid als wanneer we de plant zelf hebben gevolgd. Wanneer iemand zegt dat hij een andere mening heeft dan iemand anders, staan we bij chemische analyse machteloos. Die machteloosheid verdwijnt pas als we zelf het hele proces doormaken wat de verschillende onderzoekers hebben doorgemaakt en dat is meestal niet mogelijk

Voor de beeldvormende methode geldt hetzelfde als voor de chemische analyse. Maar het verschil is dat we direct een beeld hebben waar we waarnemingen aan kunnen doen, en ons ook in kunnen inleven. De betekenis van de beelden is evenwel uitsluitend te vinden door de beelden te koppelen aan directe waarnemingen aan de plant. Alleen die zijn te beoordelen.

De ervaringen aan de plant zelf in zijn vele variaties geeft de basis voor een kwaliteitsbeoordeling. Chemische analyses en beeldvormende methoden zijn verrijkend. In het volgende wordt aan de hand van de winterwortel hier nader op ingegaan.

Als voorbeeld een winterwortel:


Winterwortel op een zandgrond bij Renkum. Tekeningen om de 2 weken. In het begin van de groei komt er bijna iedere week een blad bij. Het loof ontwikkelt zich sterk, de wortel ontwikkelt zich nog naar beperkt.
Na ca. 1 augustus wordt de vorming van nieuw blad geremd. De bladeren spreiden zich naar de zon en de wortel wordt dikker, aromatischer en zoeter.

De tekeningen van de winterwortel laten de rijkdom aan ervaringsmogelijkheden zien.

Teler en bemesting

Het probleem is nu dat wanneer de teler naar opbrengst uitbetaald wordt, hij gestimuleerd wordt om veel mest te geven om de opbrengst te verhogen. De ontwikkeling van het gewas die na ca 1 augustus een ander verloop zou moeten hebben, wordt dan voortgezet in de richting die het tot 1 augustus had. De voorjaarsontwikkeling gaat door en er treedt geen afrijping op. Een hoge opbrengst en een lage kwaliteit kunnen het gevolg zijn. Een goede bodem en bemesting en een zorgvuldig beheer van de teelt maakt het mogelijk om een goede opbrengst en een goede kwaliteit samen te laten gaan.

Literatuur

Palmboom, A., 2012. De Groenen Hof: Deze wortels tonen karakter. Dynamisch Perspectief nr 4.