Over de band tussen bodem en mens.

Het moet rond 8500 voor Christus zijn geweest dat in het Midden-Oosten de eerste zaden in de grond werden gestoken met het doel om later de aren van de uitgegroeide planten te gaan oogsten (de Munck, 2011, Wells, 2010). Het waren waarschijnlijk zaden van wilde grassen. De landbouw was begonnen en zou op veel maatschappelijke terreinen grote invloed gaan hebben. Over de rol van overheid en religie bij bodembeheer hierbij is niet zoveel bekend. Overheid en religie vormden een eenheid en uit China is bekend dat in de begintijd van de landbouw de grond in de winter niet bewerkt mocht worden. In het vroege voorjaar ging de keizer naar de voorouderstempel en bad en mediteerde daar drie dagen. Daarna nam hij een ploeg, ploegde een vore en zaaide daarin wat graan. Hierna mocht in het hele land de grond weer bewerkt worden.
De invloed van de overheid wordt concreter bij de Romeinen. De Romeinen hadden een wetgeving rond bemesting. Die bestond uit meerdere onderdelen. Zo was het bijvoorbeeld verplicht om op een dag niet meer mest uit te rijden dan er ook ondergewerkt kon worden. Het waren alle heel praktische regels die op ervaring berusten. Van een visie op bodemvruchtbaarheid kan eigenlijk niet gesproken worden.
Tegenwoordig is er ook geen visie op bodemvruchtbaarheid vanuit de overheid. De vele wetgeving rond bemesting die er nu is, richt zich op het voorkomen van verontreiniging van het milieu met meststoffen of broeikasgassen; niet op een vruchtbare bodem. Wanneer de bodemvruchtbaarheid van een grond jarenlang is verwaarloosd, is het niet mogelijk het tekort aan verzorging weer te herstellen omdat dan de regels die gericht zijn op het milieu worden overschreden.
De Rooms-katholieke en Protestantse kerken werkten de afgelopen eeuwen niet aan het thema bodemvruchtbaarheid. Toch werd er sedert de vroege middeleeuwen misschien wel 'christelijke' landbouw beoefend. De landbouw met de akkers op essen die in de vroege middeleeuwen ontstond, kan ons wat leren.
Wat is er gebeurd, hoe komen we hier achter? Het probleem is dat er in de periode tussen 400 en 800 na Christus, toen er grote veranderingen optraden, weinig werd opgeschreven. Wat de gedachten waren achter het gebeuren moet afgeleid worden uit datgene wat er gebeurde. In het volgende een poging tot analyse.
In de periode tussen 400 en 800 na Christus ontstond het essensysteem. Het essensysteem kent een duidelijke driedeling: plaggenwinning en begrazing op de heide, bouwland op de akker (es) en hooiland in het beekdal. De heide kent een open karakter. Wolken en sterren zijn goed te zien. Het beekdal met een dicht elzenbos en natte grond is sterk gesloten en de blik moet wel naar beneden getrokken worden om er in te kunnen lopen. Bij de heide domineert de koolstof die onder invloed van lucht en zon in de bodem kwam. In het beekdal domineert het water en de mineralen die van elders met het grondwater aangevoerd worden. Daartussen liggen de akkers met eik, beuk, linde, fruitbomen, vruchten, herfstkleuren (een uitgesproken jaarritme) en zangvogels. In dit laatste gebied vestigden zich de mensen, tussen de stilte en openheid van heide enerzijds en groei en geslotenheid van het beekdal anderzijds. Je zou kunnen denken dat het vormgeven van de landbouw in deze samenhang onder invloed van een christelijke impuls gebeurde. De christelijke drie-eenheid werd vertaald naar de praktijk van het alledaagse leven, naar de vormgeving van de landbouw en naar de wijze van opbouw van bodemvruchtbaarheid. Toch is dit niet zo gebeurd. Toen het essensysteem hier ontstond was het christendom hier nog niet gearriveerd. Knijpenga (2011) gaat uitvoerig in op de vraag in hoeverre het drieledige denken bij de Germaanse en Keltische volken die hier toen woonden, actueel was en geeft daarvan vele voorbeelden. Interessant is ook dat Slicher von Bath (1960) aantoont dat het de plaatselijke bevolking was die ermee begon en van de hogere gronden met de Celtic fields naar ruggen bij de beek verhuisde en daar de drieledige essenlandbouw ontwikkelde. Het waren dus geen nieuwe volken met nieuwe ideeën die dit deden, maar de bestaande en, zoals Knijpenga het verwoordt, 'het zat in de lucht' om het zo te doen.
Klett beschrijft de ontwikkeling als volgt, Hij wijst op Zarathrustra in dit verband. Zarathrustra (ca 1200 v Chr, Oost-Perzië) ziet de wereld als een strijd tussen de krachten van het licht (Ahura mazda) en de krachten van de duisternis, de aarde (Angra Mainyu). De mens moet de aarde doordringen met lichtkrachten. De ploeg kan hierbij een middel zijn. De aandacht ligt hierbij dus in een tweedeling; het doordringen van de duisternis met licht. Klett noemt de Cisterciënzer monniken als grondleggers van een driegelede landbouw. De essenlandbouw met drieledige structuur is evenwel, zoals hiervoor geschetst, van oudere datum. Bij de driedeling ontstaat in de wisselwerking tussen twee polen dus iets met eigenschappen die de polen zelf niet hebben. Heide en beekdal hebben andere kenmerken dan de es met zijn omgeving. Voor de Cisterciënzers waren er evenwel Germaanse stammen en Ierse monniken die dit driegelede denken introduceerden. Het Ierse christendom eindigde en leefde voort in de Cisterciënzer orde (Koopmans, 1983).
Van Walcheren tot Schiermonnikoog en ook in Oost-Nederland werden natte gronden door de cisterciënzer monniken drooggelegd zodat de aarde werd doordrongen door het licht van de zon via de plantenresten en daar een heel nieuw derde element, de vruchtbare grond, ontstond.
Tot zover deze poging tot analyse. Mocht het de werkelijkheid benaderen dan is dat heel bijzonder. Van essenlandbouw tot natte gronden, dus bijna heel Nederland, heeft vanuit een christelijke drie-eenheidsgedachte vorm gekregen. Vele eeuwen was dit het leidende principe bij de verzorging van bodemvruchtbaarheid, maar het leefde niet bewust - wel onbewust - bij de boer. Voor de toekomst is het zaak dit onder de nieuwe omstandigheden waar de landbouw mee te maken heeft, weer actief op te pakken. Dit gebeurt hier en daar al in de biologisch-dynamische landbouw.

Literatuur

Gelder, Tom van, www.dynamisch.nu.

Klett, Manfred, http://users.telenet.be/antroposofie/diabasis/b15klett.htm of http://www.liesbethbisterbosch.org/index.php?pg=pag&p=39&m=m25

Knijpenga, S., 2011. De opkomst van het christendom in de Lage Landen. Jaap Verheij, Boekproducties Odijk.

A.Koopmans, 1983. Mondelinge mededeling.

Munck, E. de, 2011. Van holbewoner tot stadsmens. Christophorus Zeist.

Slicher von Bath, B.H. 1960. De agrarische geschiedenis van West-Europa, 500-1850.

Wells, S., 2010. De akkers van Pandora. Contact, Antwerpen, Amsterdam.