In het volgende een terugblik naar de landbouw zoals die de afgelopen 1500 jaar in Noordwest-Europa op de zandgronden plaatsvond in relatie tot het landschap. Er was toen een hechte relatie tussen mens en natuur. Daar kunnen we nu veel van leren.

Het landschap

De zandgronden van Noordwest-Europa in het gebied tussen Antwerpen en Hamburg zijn globaal in te delen in drie groepen. Langs beken en kleine rivieren zien we de broekbossen die nu grotendeels zijn omgezet in grasland. Langs deze natte gronden op wat hogere dekzandruggen liggen de oude akkers, de essen. Verder van de beek of rivier af de heidevelden. De heidevelden zijn grotendeels ontgonnen en in gebruik met gras, maïs en granen. De drie gebieden onderscheiden zich onder meer door verschillen in karakter van het landschap, de fauna en het jaarritme.

Karakters van landschappen


Van links naar rechts in bovenstaande afbeelding: beekdal, es en heide

Heide
Een open landschap door de beweiding door schapen. Voor de in cultuurname had dit gebied ook een sterk open karakter. Niet schapen, maar wilde grazers hielden het landschap deels open. Ook de bomen - berk en karige eik - laten licht door.

Beekdal
Dicht elzenbroekbos. Veel woekerplanten. Wanneer je door een natuurlijk elzenbos loopt, ben je constant bezig met je een weg te banen. Op de heide kon je nog eens rustig naar wolken of sterren kijken. Hier is het een dichte wildernis.

Es
Akker (es in Noord-Nederland, eng in Midden-Nederland, veld in Zuid-Nederland) heeft een open karakter met zeer oude blokvormige verkaveling. De boerderijen aan de rand van de es zijn omgeven door eiken, beuken, lindes, fruitbomen.

Vogels

Heide:
Mezen en roofvogels.

Beekdal:
Watervogels in de beken, weinig zangvogels.

Es:
Hét gebied van de zangvogels, kauwen.

Jaarritme

Heide
Zeer trage start in het voorjaar. Dan geleidelijk een groene kleur in hei en bomen. In de herfst geen uitbundige kleuren maar subtiel geel worden van berk en eik.

Beekdal

Massief groen worden in de loop van het voorjaar. Groen blijvend tot in de herfst en dan plotseling bruin worden. Blad valt soms ook nog groen af. Geen of (afhankelijk van het jaar) nauwelijks herfstkleuren.

Es
In het voorjaar verschijnen beperkt enige bloemen. In de zomer is een subtiele bloei zichtbaar en in herfst zijn er volop herfstkleuren in vele, vaak sprekende kleuren. In de herfst verschijnen de vruchten. Het is het enige landschap met vruchten (beukennoot, eikel, fruit, bessen enz.)

De relatie met de mens

Het landschap als beeld van de mens komt zo naar voren: de heide is het hoofd, het beekdal het gebied van stofwisseling en ledematen, en de es het middengebied. Bij de in cultuurname koos de mens dus voor een plek in het midden als woonplaats tussen de extremen. Ook Schad en Grossbach (1974) schetsen een vergelijkbare overeenkomst tussen mens en landschap bij hoogveen en laagveen. Hoogveen heeft zenuw-zintuigkarakter en laagveen stofwisselingskarakter. Vahle (2000) geeft een enigszins andere interpretatie. Hij noemt het gebied rond het dorp 'stofwisseling/ledematen systeem', wat verderop 'ritmisch systeem' en nog weer verder 'zenuw-zintuig systeem'. De indeling van Vahle overlapt deels de genoemde indeling, maar sluit verder wat meer aan bij de huidige situatie en minder bij de oorspronkelijke.


De indeling volgens Vahle. Steeds verder van het dorp af: groente, graan en extensief weideland.

Literatuur
-Schad, W. und I. Grossbach, 1974. Niedermoor und Hochmoor. Elemente de Naturwissenschaft 21. Dornach, Schweiz.
-H.-Ch. Vahle, 2000. Die Vegetationsästhetik der Kulturlandschaft. - In: Pedroli, E. (ed.): Landscape - Our Home. Lebensraum Landschaft. - Essays über die Kultur der europäischen Landschaft als Aufgabe: 179-186. Zeist, Stuttgart.
-Lees hier meer over het drieledig mensbeeld: zenuw-zintuig, ritmisch, stofwisseling.