Een goede bodem bevat tot minstens ca 40 cm organische stof en is ook tot die diepte doorwortelbaar. Verder zijn er meerdere soorten regenwormen. 30 jaar oude biologisch-dynamische bedrijven hebben dat voor elkaar gekregen. Een schril contrast met veel gangbare bedrijven.

De oudste biologische bedrijven in Nederland zijn biologisch-dynamische bedrijven en een aantal bestaat al 30 jaar of meer. Op deze bedrijven is te zien welke invloed biologisch-dynamische landbouw op de bodem heeft. De resultaten zijn opmerkelijk. Hieronder volgen foto's en een korte beschrijving van 9 oudere biologisch-dynamisch werkende bedrijven en ter vergelijking 3 gangbare.

Vier bedrijven op jonge bodems

Linksboven is een bodemprofiel van een gangbaar bedrijf bij Lelystad te zien: een humushoudende bouwvoor van 25 cm gaat plotseling over in humusloze zavelgrond die in laagjes is afgezet, wat nog te zien is. De wortels van de tarwe gaan nauwelijks dieper dan 25 cm. Daarnaast staan drie bodemprofielen van biologische bedrijven met een beworteling tot ver onder de 25 cm en een donkere laag met hoger organische stofgehalte tot 40 cm of meer.

Vier bedrijven op al wat oudere bodems

Linksboven een bodemprofiel van Boomgaard ter Linde. Dit is een van de oudste biologisch-dynamische bedrijven ter wereld. Daarnaast een boomgaard in de Betuwe die al zeer lang gras en fruitbomen als gewassen heeft. Een zeer diepe doorworteling is hier te zien en humus tot ca 60 cm. Daarnaast twee oudere biologisch-dynamische bedrijven: Thedinghweert te Kerk Avezaath en de Hondspol te Driebergen. Een dikke laag met een hoger organische stofgehalte, veel regenwormen en een diepe beworteling.

Vier bedrijven op oude bodems

Linksboven drie biologisch-dynamische bedrijven op zand. Dit zand is in het verleden onder heidevegetatie door zwarte, zure humus verdicht. Bodembewerking en een regenwormvriendelijk beheer maken de grond steeds dieper levend. Rechts een gangbaar maïsperceel in de Peel met alleen drijfmest als bemesting. Tot 30 cm diep geploegd, maar wortels kunnen nauwelijks de grond in. Alles is weer verdicht door inzakking. Maïs met drijfmest kan geen vruchtbare bodem onderhouden.

 

Wat zien we bij de bovenstaande bedrijven en wat moet er gebeuren?

 

Groep 1. Jonge gronden. Nog niet zo lang geleden ingepolderd, kalkrijk en weinig organische stof.

In deze gronden overheerst het minerale, de klei, het zand, de kalk. Hier moet organische stof ingebracht worden en wortels moeten in een organische stofhoudende grond tot ca 40 cm diep kunnen komen. Bodemleven moet humus en minerale delen aan elkaar kitten. De zon moet in de vorm van plantenresten de bodem in komen.

Groep 2. Al wat oudere gronden. Tot 40 cm of meer is er organische stof in de grond en kunnen wortels diep de grond in. Dit zo houden met een evenwichtige vruchtopvolging en goede mest. Deze gronden hebben van nature een goed evenwicht tussen zon en aarde, maar dat moet voor voedingsgewassen nog geïntensiveerd worden.

Groep 3. Heel oude gronden. Ooit was er kalk en waren er mineralen die konden verweren. Die zijn hier weg. De aarde kan geen tegenwicht geven tegen de werking van de zon. De grond verdicht, wordt zuur en zwarte eenzijdige smerende humus krijgt de overhand. Deze humus laat geen binding met het minerale zien. Aan deze grond moeten mineralen en leven voedende humus worden toegevoegd. De dodende werking van de zon moet omgezet worden in een leven brengende werking van de zon.

Drie bedrijven nader bekeken: Zonnehoeve, Jonkman en de Hooge Kamp